woensdag 18 april 2018

18-04-2018: Terug naar de basis

Gekraagde Roodstaart.
Ooit, ruim veertig jaar geleden alweer, ben ik mijn vogelaarscarrière begonnen in de Amsterdamse Waterleidingduinen. Ik heb perioden in mijn leven gehad dat ik daar de spreekwoordelijke deur plat liep. Maar sinds ik in Leerdam woon, kom ik er niet al teveel meer. Maar vandaag was het weer eens zover: ik had een afspraak gemaakt met mijn goede vriendin Anita om een lekkere duinwandeling te maken. Het weer was fantastisch vandaag: zonnig, vrijwel windstil en ruim twintig graden.
Ik had een paar zomervogeltjes op mijn verlanglijst staan die ik zeker wilde zien, omdat je die bij mij in de streek niet of nauwelijks tegenkomt. De belangrijkste waren Boomleeuwerik, Boompieper en Gekraagde Roodstaart, en die waren alledrie in ruime mate voorradig. Als bonus kwam mijn eerste Koekoek van 2018 nog even gedag koekoeken en verder was een roffelende Kleine Bonte Specht een leuke bijvangst.
Heel fijn was ook dat de Nachtegaal zich voor het eerst door mij liet fotograferen. Geen topplaten geworden, maar toch, het is een begin.
Nachtegaal!
Van de zomervogels waren ook deze Nachtegaal en de Braamsluiper nogal aanwezig, maar van de verwachte Grasmus ontbrak ieder spoor. Maar toch, het waren een paar heerlijke en nuttige uurtjes in de AW-duinen.

zondag 15 april 2018

15-04-2018: Biesboschdag

Witte Kwikstaart in Polder Maltha.
Traditioneel bezoeken Koert, René en ik ergens in april altijd de Brabantse Biesbosch, en dit jaar was die dag vandaag, 15 april, ingepland. Helaas moest Koert verstek laten gaan wegens de griep, dus vertrok ik samen met René om halfnegen vanaf station Leerdam.
Onze eerste stop was langs de Bandijk tegenover Fort Bakkerskil en daar kwamen meteen twee Zwartkopmeeuwen overvliegen die ik er op geluid uitpikte. Later vandaag zagen we nog veel meer Zwartkopmeeuwen, en dat is altijd een feestje natuurlijk. Ook hoorden we de eerste Cetti's Zanger van de dag en er volgden er nog heel, heel veel. Wat is die soort talrijk geworden zeg.
Even verderop, bij de kruising met Braspenning, hoorden we onze eerste Kneutjes en Veldleeuweriken zingen en bij de Muggenwaard waren helaas niet al die leuke steltlopers aanwezig die er gisteren zaten, met uitzondering van wat Kluten.
Rietgors bij de Pannenkoek.
Polder Hardenhoek dan, waar Fitissen en vele Rietzangers zongen en twee Roodborsttapuiten aanwezig waren. Opnieuw vlogen er Zwartkopmeeuwen over en in de verte zagen we het nest van de Visarend, en aangezien die ook daadwerkelijk op het nest zat, werd hij mijn eerste jaarsoort van vandaag. Later zouden we hem nog diverse malen tegenkomen; de mooiste waarneming was die in Polder Maltha, achter het voormalige boswachtershuisje.
Op naar de Pannenkoek, waar helaas niet al die beloofde leuke zomerzangers aanwezig waren en ook de Beflijster liet verstek gaan, maar wel zagen we er ons eerste mannetje Oranjetipje van het jaar.
Zoeken naar Beflijsters op de bekende plek bij Lijnoorden was ook zinloos, maar wel sleepten we er een zingende Nachtegaal uit, en die was hoognodig, want pas mijn tweede jaarsoort van de dag.
Nogmaals de Witte Kwik.
Bij het nest van de Visarend, die af en toe met takken in z'n poten kwam aanvliegen, wat natuurlijk erg onderhoudend was, vloog een Visdief over, jaarsoort nummer drie. Ook een Bruine Kiekendief en een Kleine Plevier boden enig vertier, maar verder kregen we vooral het gevoel dat het niet erg opschoot. Er waren letterlijk tientallen jaarsoorten mogelijk, maar veel kwam er niet uit. Enfin, we besloten voordat we zouden gaan lunchen nog even Polder Maltha in te wandelen en dat leverde ons de mooiste Visarend van de dag op en ook een hoempende Roerdomp, en die bracht de schwung er weer een beetje in.
Tijdens de lunch werden we vermaakt door twee Appelvinken, een soort die ik nog nooit eerder in de Biesbosch had gezien. Na de lunch liepen we naar de vogelkijkhut van Hardenhoek, waar vanmorgen een Amerikaanse Wintertaling was gezien. Onderweg ernaartoe vonden we een Huiszwaluw, een leuke jaarsoort, en vanuit de hut scoorden we Groenpootruiter en een adulte Dwergmeeuw, ook altijd een fijne soort om binnen te hebben.
Ringmus, Polder Hardenhoek.
Maar de Zeearend, de Zomertaling en de Beflijster werkten niet mee. Dus besloten we die laatste twee in de uiterwaarden van Everdingen te proberen, als slot van de dag. De Beflijsterplek werd geteisterd door een discuswerpend gezinnetje en was dus kansloos. Gelukkig vonden we nog wel een slapend mannetje Zomertaling, en dat was toch een mooi slot van deze dag, die over het algemeen ook weer aangenaam voorjaarsweer bood.

zaterdag 7 april 2018

07-04-2018: De lente barst eindelijk los

Bergeend bij Lappenheide
Gisteren, maar vooral vandaag, is de lente eindelijk begonnen, qua weer tenminste. Het was zonnig met een matige ZO-wind, en de vogelverwachting was dan ook dat de sluizen vanuit het zuiden wijd open gezet zouden worden. Dus ben ik twee dagen lekker in de regio wezen fietsen, beide dagen hetzelfde rondje: Lappenheide, Aqcuoy, Asperen, Nieuwe Zuiderlingedijk.
Gisteren leverde dat meteen vijf jaarsoorten op: mijn eerste zingende Zwartkoppen en Fitissen, drie Kemphanen bij Lappenheide, mijn eerste Purperreiger langs de Nieuwe Zuiderlingedijk en een Boerenzwaluw bij het sluisje van Asperen.
Vandaag leverde het een overvliegende Gele Kwikstaart en idem Lepelaar op. Zeven jaarsoorten dus in twee dagen tijd, en zo hoort het in april. Vandaag ook een overtrekkende Appelvink en mijn eerste dakterrasvlinders: een Dagpauwoog en een Gehakkelde Aurelia.

maandag 2 april 2018

02-04-2018: Winterswijk revisited, Zwarte Specht soort van de dag

Wtf are you doing in my territory?!
Ook vandaag maakte ik weer de lange reis naar de omgeving van Winterswijk, deze maal in gezelschap van Koert en René, die de specialiteiten van het verre oosten natuurlijk ook wilden scoren. Zelf had ik mijn zinnen gezet op de Kortsnavelboomkruiper, die vorige week niet wilde meewerken. Maar helaas deed hij dat ook vandaag niet. Niettemin werd het een gedenkwaardig dagje.
We begonnen vandaag in Bekendelle, waar we rond tien uur waren. In tegenstelling tot vorige week hadden we de Middelste Bonte Specht razendsnel te pakken, want bij het uitstappen van de auto hoorde ik hem al roepen en even later vond Koert hem tegen een boom. Tegelijkertijd zong er een Vuurgoudhaan, die ook in beeld kwam, en riepen er Glanskoppen en Boomklevers.
... en nou opgetiefd of ik kom ff een gaatje in je schedel hakken.
Een stukje verderop, langs de beek, kwamen de eerste Appelvinken in beeld. Ook vandaag waren ze weer schuw. We bleven lange tijd rondhangen op de plek waar de Kortsnavelboomkruiper vaak wordt gehoord en gezien, maar ook vandaag was er geen spoor van de vogels te bekennen. Helaas.
Een eind verderop keek ik van een afstandje naar een spechtenhol dat ik vorige week ook al had gezien en waar toen een Grote Bonte Specht bij zat. Maar deze keer zat er iets heel anders in: een Zwarte Specht! Vanuit zijn hol keek de vogel ons dreigend aan. Natuurlijk bleven we op afstand, want we wilden hem beslist niet verstoren. Maar omdat de holte zo'n beetje naast een wandelpad was gesitueerd, liepen er regelmatig mensen langs en dan kwam de specht even met z'n kop buiten het hol de boel inspecteren. Wat een fantastische waarneming!
Surprise surprise: op de terugweg bij Miste nog twee Zwarte Spechten!
We liepen aan de andere kant van de beek terug, postten weer een tijd voor de Kortsnavel, maar zonder resultaat. We besloten eerst naar de Oehoe te gaan, dan te gaan lunchen en vanmiddag weer terug het bos in te gaan.
De Oehoe zat gelukkig trouw op haar nest en liet zich weer leuk zien. Omdat er een struik voor de richel staat waarop zij broedt, zitten echt mooie foto's er niet in, maar natuurlijk deden we toch weer ons best. Toen ik een stukje verder liep, zag ik nog een Appelvink in een boomtop zitten en een paar Kneutjes vlogen over.
Wijfje Oehoe op het nest.
We reden terug naar Bekendelle, waar we eerst gingen lunchen in het restaurant bij de watermolen en daarna weer het bos in liepen. Er waren ineens wat plantjes gaan bloeien: Bosanemonen en Bosgeelsterren. Die herinnerden ons eraan dat het toch echt lente is, want verder is het weer nog niet erg passend bij dat seizoen.
Opnieuw postten we een tijd bij de Kortsnavelplek en opnieuw liet hij ons in de steek. Je ziet, we hebben echt wel ons best gedaan. Nu was ook de Zwarte Specht niet thuis, of misschien geloofde hij het wel en bleef hij onzichtbaar voor ons in z'n hol zitten.
Toen het drie uur geweest was, vonden we het welletjes en gingen huiswaarts. Maar we hadden nog maar een paar kilometer afgelegd toen René ineens een Zwarte Specht zag zitten. En toen we waren  uitgestapt bleken het er zelfs twee te zijn, waarvan één exemplaar zich uitermate fraai liet zien en fotograferen. Zo, dat was een uitsmijter van formaat, en we riepen de Zwarte Specht dan ook unaniem uit tot de soort van de dag!
En nogmaals de Zwarte Specht.
... en nogmaals ...
... en nogmaals.

zaterdag 31 maart 2018

31-03-2018: Raaf in de regio!

Baltsende Futen bij Lappenheide.
Tussen de natte dagen door is er af en toe weleens een droge dag met weinig wind te bespeuren, en aangezien vandaag zo'n dag leek te gaan worden, stapte ik met zonsopkomst op de fiets om lekker te gaan vogelen in de regio. Mijn hoop was om vandaag de 160 jaarsoorten vol te vogelen, iets wat een tamelijk realistisch doel leek.
Ik begon bij Lappenheide, waar vandaag vier Kleine Plevieren, twee Kluten en het gebruikelijke spul aanwezig waren. Ik fietste verder naar Acquoy, daar de dijk op waar wederom geen Steenuil te bekennen was, en toen over de onverharde weg naar Fort Asperen. Langs die weg vond ik de eerste krent van vandaag: een Cetti's Zanger, een soort die hier allang niet meer zeldzaam is, maar dit betrof een nieuwe plek.
Ik reed de Nieuwe Zuiderlingedijk op, waar tot mijn teleurstelling op het eerste stuk geen Blauwborst of Fitis of Zwartkop te horen was. Het werd pas leuk toen ik de N848 was overgestoken. In een plasje baltste een stel Dodaarsjes en terwijl ik daarnaar luisterde en keek vloog er ineens een Witgat op, mijn eerste jaarsoort. Niet veel verder kwamen er twee luid roepende Kruisbekken over me heen gevlogen, voor deze regio toch ook niet bepaald een vaak geziene soort.
Toen ik de Linge had bereikt, volgde eindelijk mijn eerste zingende Blauwborst van het jaar, niet veel later gevolgd door nummers twee en drie, dat zul je altijd zien.
Ik keek nog even op de plek waar ik destijds de eerste Cetti's Zanger voor de regio ontdekte, en daar zat nu een Vuurgoudhaan te zingen in een klein plukje coniferen. Leuk! Ondertussen schroefden drie Bruine Kiekendieven boven me omhoog en stapten een Grote Zilverreiger en een Ooievaar over het land.
De grootste verrassing moest echter nog komen. Ik was al op de terugweg toen ik een Raaf hoorde roepen, vlakbij, en jawel: daar kwam hij over me heen gevlogen! Lange staart, enorme snavel, stuk groter dan Zwarte Kraai en de onmiskenbare, diepe en droge 'cor-cor'-roep roepend. Het vreemde was, dat ik hem op de heenweg ook al meende te horen, maar kort, en de vogel zag ik nergens. Dus liet ik het er toen maar bij. Maar nu was er geen twijfel mogelijk. Ik volgde de Raaf met de kijker en zag hem landen in de bosjes ter hoogte van de laatste kruising voor de Linge. Het zou heel goed de Raaf kunnen zijn die vrij recent tweemaal boven Asperen is gezien. Dat is zelfs tamelijk waarschijnlijk, gezien de zeldzaamheid van de soort in onze regio. Dat betekent dus, dat hij hier rondhangt, wat natuurlijk erg leuk is.
Thuis volgde er nog een verrassing: er zat een Zwarte Roodstaart te zingen rond ons huis. Dat gebeurt tegenwoordig ieder jaar rond deze tijd en hij zal dus wel ergens in de buurt broeden. En zo kwam ik toch nog aan de 160 jaarsoorten!
Grauwe Gans bij Lappenheide.

zondag 25 maart 2018

25-03-2018: Vogels van het verre oosten

Een Graspieper liet zich leuk fotograferen bij Bemmel.
Vandaag ging ik weer eens met Chris en Wiegert op pad, en we waren het er snel over eens dat een tochtje naar het oosten des lands een goed plan was. Per slot van rekening was de Oehoe nog een nieuwe Nederlandse soort voor Wiegert, en de Kortsnavelboomkruiper een nieuwe voor Chris. En voor mij waren er genoeg leuke jaarsoorten te halen.
En dus vertrokken we om halfacht vanuit Leerdam om rond kwart over negen bij de steengroeve in het verre Winterswijk te arriveren. De Oehoe was een makkie, die zat gewoon op haar nest, keek af en toe in onze richting, knipperde met haar ogen of geeuwde. Leuk was ook, dat iets verderop een Geelgors zong en een Raaf riep regelmatig vanuit de verte. Hopla, drie jaarsoorten erbij.
De Oehoe van Winterswijk op haar nest.
Snel op naar Bekendelle, dat prachtige bos waar alle Nederlandse spechten, de Kortsnavelboomkruiper en nog vele andere leuke vogels te vinden zijn. Helaas gold dat vandaag niet voor die Kortsnavel, want hoe we ons best ook deden, er was geen spoor van deze soort te vinden.
Wel scoorden we vandaag alle spechten. De Groene hoorden we meteen al, Grote Bonten waren volop actief, een Kleine Bonte werd gevonden door Wiegert en werd gezien en gehoord. Voor de Middelste en de Zwarte moesten we meer moeite doen, maar nadat we er flink wat tijd in hadden gestoken hoorden en zagen we beide soorten. De Middelste Bonte liet zich uiteindelijk zelfs zeer fraai zien (minimaal twee exemplaren).
Intussen scoorden we ook Appelvinken, hoewel de gluiperds niet echt heel mooi in de kijker kwamen. Een paar Glanskopjes waren nog een jaarsoort voor mij. Een stel Grote Gele Kwikken en zingende Grote Lijsters waren evenmin te versmaden en hetzelfde gold voor een mannetje Sperwer en diverse zingende Vuurgoudhaantjes, waarvan er eentje prachtig in de kijker kwam.
Rouwkwikstaart bij Bemmel.
En... vandaag is ook ons vlinderseizoen begonnen middels de waarneming van vele Citroenvlinders die, toen de zon eenmaal begon te schijnen, massaal tevoorschijn kwamen.
We legden ons uiteindelijk neer bij het missen van de Kortsnavel en besloten de dag af te sluiten bij Bemmel, waar aan de Waal twee Roodhalsganzen zouden zitten. Aanvankelijk leek dat een hopeloze klus: de ganzen zaten zeer ver weg tussen massa's Brandjes. Maar toen we een stukje dichterbij waren gelopen, kregen we onverwacht hulp van een boer, die gezeten op zijn tractor de ganzen opjoeg. Toen de eerste groep Brandjes de lucht in ging, zag Chris de beide Roodhalsjes ineens staan. Wiegert had ze ook snel in de scoop, en ik kon nog net op tijd een blik werpen om een van de Roodhalzen te zien opvliegen. Na enige tijd verdween de groep uit het zicht. Maar we hadden hem!
Witte Kwikstaart bij Bemmel.
Nog was het niet gedaan. Andere vogelaars hadden een man Rouwkwikstaart gezien, die echter opgevlogen was en uit beeld verdwenen. Toen wij terugliepen naar de auto zag ik op een landje verderop een kwik lopen, dus besloten we dat veldje nog even te checken. En verdraaid, daar vond Wiegert het mannetje Rouwkwikstaart. Wat een heerlijke afsluiting van deze toch al geweldig mooie dag! De Rouwkwik liet zich langdurig bekijken en ook fotograferen, zij het van enige afstand.
Al met al werd het een lange dag vandaag, maar dat maakte niet uit. We hebben er weer erg van genoten.
Record shot van een van de MiBo's te Bekendelle.

maandag 19 maart 2018

19-03-2018: Goudplevier, nummer 150

Kieviten.
Vijf dagen geleden, op 14 maart, stond ik nog met lekker voorjaarsweertje bij Lappenheide en fietste daarna de Nieuwe Zuiderlingedijk af, waar ik zowel een Keep als een fraaie Kleine Bonte Specht als jaarsoorten scoorde.
Dit weekend was het weer Siberisch koud met een harde, gure noordoostenwind. Toch moest ik er vanmorgen even op uit: gisteren waren tussen Leerdam en Rhenoy Goudplevieren gezien, een soort die ik niet heel vaak zie in een jaar en hier in de regio al helemaal niet. Bovendien zou de plevier, als hij zou meewerken, mijn 150e jaarsoort voor 2018 zijn.
Na een korte, maar door de omstandigheden toch barre fietstocht vond ik nog voordat ik de juiste plek bereikte al dertien Goudplevieren. En op de plek van gisteren nog eens zes. De plas van Lappenheide was dichtgevroren, zodat de Grutto's, Scholeksters, Tureluurs en Kieviten die zich daar bevonden ook door de aangrenzende weilanden scharrelden.
Nadat ik nog even naar de Goudplevieren had gekeken, ging ik snel terug naar huis, aan de koffie.

maandag 12 maart 2018

12-03-2018: Het voorjaar zet door.

Grauwe Ganzen bij Lappenheide.
Vanmorgen scheen de zon af en toe en voelde het buiten lenteachtig aan, dus ik besloot het plasje bij Lappenheide weer eens te checken op leuke - c.q. jaarsoorten. Ik fietste Leerdam uit en hoorde een Boomklever roepen, een schaarse soort in deze regio die zich wel steeds vaker laat zien, heb ik de indruk.
Bij Lappenheide leek er aanvankelijk niet veel spannends aan de hand, behalve dat de Grauwe Ganzen zich weer eens mooi lieten fotograferen en dat er maar liefst elf Knobbelzwanen aanwezig waren, een aantal dat ik hier nog nooit eerder zag. Het betrof zes adulte vogels, waarvan er twee de hele tijd lieve geluidjes naar elkaar maakten, en vijf onvolwassen exemplaren.
Twee van de vijf onvolwassen Knobbelzwanen.
Zo'n twintig Kieviten stonden op een landtong en het aantal Grutto's bedroeg ongeveer vijfendertig, waarvan er minimaal vier tot de ondersoort IJslandse Grutto behoorden. Ook waren er twee Tureluurs aanwezig. Een Sperwer kwam overvliegen en joeg de hele groep steltjes omhoog, maar na enige tijd kwamen ze gelukkig ook weer naar beneden om te landen op precies dezelfde plek als waarvan ze waren opgevlogen.
Net toen ik een beetje teleurgesteld meende te constateren dat er geen jaarsoorten aanwezig waren, zag ik ineens een klein steltje staan: Kleine Plevier! Dat was leuk, vond ik, toch nog een nieuwe soort voor de jaarlijst 2018.
Kleine Plevier.
Ik telde de aantallen van diverse eendensoorten en toen ik bezig was met de Slobeenden zag ik helemaal achterin ineens een volgende jaarsoort lopen: een Kluut! Zo begon het toch nog wat te worden. Ik fietste een klein stukje verder naar de drassige weilandjes net om de hoek van Lappenheide, en hoppa, daar was jaarsoort nummer drie: een roepend overvliegende Kneu. Diverse Witte Kwikstaarten waren eveneens aanwezig. Ik besloot door te fietsen naar het dijkje om te kijken of de Steenuiltjes vandaag aanwezig waren en in de hoop op mijn eerste Tjiftjaf of iets anders leuks.
Drie adulte Knobbels.
Dat was een goeie zet, want ik fietste nauwelijks op het dijkje toen ik een luid zingende Tjiftjaf hoorde - en even later ook zag. Helaas waren de Steenuiltjes vandaag niet thuis, en ik besloot terug te fietsen naar Lappenheide om daar nog een tijdje te kijken. Dat pakte goed uit, want juist toen ik arriveerde kwam er een prachtige adulte Geelpootmeeuw aangevlogen, die midden op de plas landde en zich even later op een landtongetje ging staan poetsen. En zo werden het weer een paar hartstikke leuke vogeluurtjes.
Adulte Geelpootmeeuw!

dinsdag 6 maart 2018

06-03-2018: Ze zijn er weer, de Grutto's

Ze zijn er weer!
Vroeger, toen ik nog in Hillegom woonde, was de eerste zingende Boomleeuwerik in de duinen voor mij het teken dat de lente er echt aan kwam. Tegenwoordig is het, bij gebrek aan Boomleeuweriken in het rivierengebied, de komst van de Grutto's.
De bittere kou heeft ons land nog maar nauwelijks verlaten of de temperaturen zitten alweer in de dubbele cijfers en de vogeltrek komt op gang. De afgelopen dagen gingen niet alleen de Kraanvogels massaal op reis naar het noorden, ook de Grutto's staan alweer te kleumen op de ijsrestanten in de uiterwaarden van Everdingen.
Vandaag ben ik even naartoe gefietst. Onderweg zong er van alles, waaronder de Cetti's Zanger van De Waaij, en zag ik de eerste Scholekster alweer in het weiland staan. Bij de uiterwaarden aangekomen duurde het niet lang of ik hoorde de eerste Grutto roepen, en even later had ik een flinke groep van zo'n 45 stuks in de kijker.
Brandganzenpaar.
Ik liep een rondje om de uiterwaarden heen en vond zingende Rietgorzen en een kortstondig zingend mannetje Roodborsttapuit, allebei jaarsoorten. Minimaal twee Baardmannetjes waren nog aanwezig en een stuk of vier Tureluurs stapten tussen de Grutto's door. Ook leuk waren een Waterpieper en nog een Cetti's Zanger, alsmede een stuk of zeven prachtige mannetjes Pijlstaart. Ik had niet heel erg lang de tijd, dus na een paar uur fietste ik weer terug naar huis. Bij De Waaij speurde ik nog even tussen de meeuwen en vond weer een mooie adulte Pontische Meeuw op de palen.
Pontje op de palen.

zondag 4 maart 2018

04-03-2018: Kranen!

Twee Kraanvogels over ons dakterras!
Eigenlijk zou ik vandaag een dagje gaan vogelen met Wiegert, maar toen sprong gistermiddag onze waterleiding op de bovenste verdieping en zaten we twee verdiepingen lager nog met wateroverlast opgescheept. Gelukkig kon de boel gister al gerepareerd worden, maar gezien de puinzooi die dit geintje had veroorzaakt leek het me verstandiger het dagje vogelen maar af te zeggen teneinde de boel weer enigszins te kunnen opkalefateren.
Jammer, want het was vandaag, na alle bittere kou van de laatste tijd, bijna lenteachtig weer. Daarbij waren het gisteren en vandaag Kraanvogeldagen - door het hele land werden naar het noorden trekkende groepen gezien. Dus ging ik even een uurtje buiten zitten en op hoop van zegen omhoog kijken en soms heb je dan geluk. Vandaag was zo'n dag, want om halftwee hingen er ineens twee Kranen bijna boven het dakterras en er was nog tijd genoeg om mijn fototoestel te pakken en ze vast te leggen ook. De Kraanvogels vlogen vrij langzaam en laag naar het noordoosten. Wat een heerlijke waarneming!

donderdag 22 februari 2018

22-02-2018: Flitstwitch naar de burgemeester van Utrecht

De Kleine Burgemeester (2e kalenderjaar) van Utrecht.
Een Kleine Burgemeester vlakbij het Centraal Station van Utrecht, zo'n buitenkansje kon ik niet laten lopen. Veertig minuutjes met de trein vanuit hier, vijftig meter lopen en je bent er. De Kleine Burg is een fraai meeuwtje en behoorlijk schaars. Hij komt helemaal uit IJsland of Groenland, de meeste die ons land bereiken blijven aan de kust. In het binnenland zijn ze een zeldzaamheid. Dus toen ik vanmorgen op waarneming.nl zag dat de vogel weer was gezien, ging ik erop af.
Ter plekke vond ik aanvankelijk een hele massa Kokmeeuwen en Stadsduiven, hier en daar een Stormmeeuw en een Zilvermeeuw, maar meer ook niet. Al snel kreeg ik gezelschap van een andere vogelaar, en samen liepen we een eind langs de gracht, tot aan de Munt. Onderweg zagen we een adulte Kleine Mantelmeeuw, leuk, want een jaarsoort. Maar de burgemeester weigerde zich te vertonen.

Ter hoogte van het gymnasium, waar de burg weleens op het dak zit, probeerde ik het door het voeren van een krentenbol. Daar kwamen veel meeuwen op af, maar niet de gewenste soort. Dus liepen we maar weer terug naar het begin van de gracht, waar onze doelsoort het vaakst wordt gezien. Er arriveerde een derde vogelaar en ik probeerde het ook hier weer met een krentenbol, wat aanvankelijk ook niet succesvol was. Maar toen zag een van mijn mede-vogelaars hem zitten op een lantaarnpaal! Yes, die zat in de pocket, maar het werd nog mooier. Want de burg kwam even later aangevlogen en landde vlak voor ons in de gracht. Zo liet hij zich mooi fotograferen, waarna hij ook nog even op de kant ging zitten poseren.

En zo werd deze flitstwitch toch een volledig succes. Op de terugweg werd het succes zelfs nog vollediger, want ter hoogte van de uiterwaarden van de Lek bij Culemborg hing er plotseling een Slechtvalk naast de trein! Fantastisch!
En als toetje zaten er bij Beesd, ter hoogte van het dierenparkje De Paay, twee Wilde - en evenzoveel Trompetzwanen in het land, beide soorten evenwel afkomstig uit het dierenpark.

zaterdag 17 februari 2018

17-02-2018: Bos en Hei(destein)

Vrouwtje Grote Kruisbek.
Het beloofde vandaag heerlijk weer te worden: zonnig, weinig oostenwind en temperaturen iets boven het vriespunt. Ideale omstandigheden om weer eens op pad te gaan. Mijn hoofddoel vandaag waren de Grote Kruisbekken die de hele winter al aanwezig zijn op landgoed Heidestein bij Zeist. Een gebied dat met de trein goed te doen is; en bovendien vlogen er daar nog wel meer leuke jaarsoorten rond die ik graag wilde toevoegen aan de lijst 2018.
Even voor acht uur arriveerde ik op station Driebergen-Zeist, waar het een ontstellende puinhoop was met werkzaamheden en wegomleggingen, zodat van mijn route naar de plek meteen al niks meer klopte. Maar na enig zoeken vond ik een pad dat door een park liep en uitkwam op de weg waarlangs een ingang van Heidestein was. Al lopende werd ik getrakteerd op tal van zingende vogels, gewone soorten, maar wat heerlijk dat ze weer muziek maken!
Mannetje Grote Kruisbek.
Eenmaal in het gebied begon het meteen te lopen. Op diverse plekken zongen Zwarte Mezen en ik  hoorde verschillende malen Kuifmezen roepen: twee jaarsoorten. Leuke soorten als Boomklever en Sijs hielden me bezig terwijl ik naar het Bosmeertje liep, de plek waar de Grote Kruisbekken vaak worden gezien. Toen ik daar aankwam hadden twee vogelaars net een kruisbek in de telescoop. Het bleek een 'gewone' Kruisbek te zijn, die eigenlijk natuurlijk ook helemaal niet gewoon is, en zeker niet voor mij. Een goeie jaarsoort, wederom. Later zag ik de Kruisbek nog een keer, en toen waren ze met z'n tweeën.
Ik ging maar eens een rondje lopen en na korte tijd ontdekte ik een onmiskenbaar mannetje Grote Kruisbek in het topje van een den. Ik kon er vlakbij komen, foto's maken en toen begon de vogel nog te zingen ook! Wat fantastisch! Maar toen ik me realiseerde dat ik daar natuurlijk een filmpje van moest maken, hield hij er prompt mee op.
Intussen liet op de achtergrond de Zwarte Specht zich met enige regelmaat horen, maar die hoopte ik later nog te zien ook.
Voor wat betreft de Grote Kruisbekken: later op de ochtend kwamen er twee (man en vrouw) in een boom naast het Bosmeertje zitten en het vrouwtje liet zich fraai fotograferen. Zo, die klus was geklaard.
Roodborst.
Ik ging op een bankje zitten vanwaar ik goed uitzicht had over de hei en de lucht daarboven, om te wachten op de Raaf die hier regelmatig wordt gezien. In de verte vloog iets groots: wauw, vrouwtje Havik! Wat een indrukwekkende beesten zijn dat toch. Ze was een zeer welkome jaarsoort. Even later hoorde ik een ratel en een paar seconden later begon er een Grote Lijster te zingen, alweer een jaarsoort. Dat ging voortvarend. De Raaf liet het echter afweten, wat jammer was, maar op de terugweg werd ik nog getrakteerd op een fraaie zichtwaarneming van de Zwarte Specht, die tegen een boomstam klaaglijk zat te roepen. Helaas was hij niet fotogeniek, maar hopelijk komt dat ook ooit nog een keer.
Vanuit de trein, op de terugweg, zag ik ter hoogte van Beesd twee Wilde Zwanen in het weiland zitten. Een jaarsoort, maar misschien kwamen ze wel uit het dierenparkje De Paaij. Zeker weten doe ik dat natuurlijk niet.
Hoe dan ook, het was een heerlijke ochtend met maar liefst acht jaarsoorten, waarvan de Grote Kruisbek natuurlijk het hoogtepunt was.
En nogmaals het mannetje Grote Kruisbek.

woensdag 7 februari 2018

07-02-2018: Een dagje AW duinen

De Klapekster liet zich mooi zien vandaag.
Tenminste eenmaal per jaar maak ik een wandeling in de AW duinen met mijn goede (Hillegomse) vriendin Anita, om een beetje bij te praten, om te genieten van de natuur en natuurlijk stiekem ook om jaarsoorten te scoren.
Vandaag was het weer eens zo ver. Rond elf uur arriveerden bij de ingang Panneland en van daar liepen we rechtdoor naar de kanalen. Een Boomklever riep en in het Nieuw Kanaal zwom onder meer een paartje Brilduikers, waarvan het mannetje zich erg leuk liet fotograferen.
We volgden het smalle kanaaltje richting het Zwarteveld en na korte tijd vloog daar een Watersnip op uit de kant, jaarsoort nummer 1. Even verderop riep een goudhaantje, en toen de vogel na eventjes wachten in beeld kwam, bleek het een 'gewoon' Goudhaantje te zijn, numero 2.
Mannetje Brilduiker.
Het was op zich vrij rustig met de vogels, maar het weer was heerlijk (licht vriezend, windstil en zeer zonnig, een verademing na alle regen en wind die we deze 'winter' hebben gehad).
Aan de rand van het Groot Zwarteveld vond ik al heel snel mijn belangrijkste doelsoort voor vandaag: de Klapekster die daar al een tijdje huist. Een fijne soort die ik hooguit een- of tweemaal per jaar te zien krijg. Op de terugweg liet hij zich nog lekker fotograferen ook. Een fijne vriend was het.
Op de kanalen ten westen van het Zwarteveld zaten in eerste instantie alleen de 'gewone' eendensoorten: Wilde -, Kuif-, Tafel- en Slobeend en Wintertaling. Geen Wilde Zwanen, geen Krooneenden. Maar onderweg naar de Zwaneplas hoorde ik opnieuw een goudhaantje en deze keer was het een pracht van een Vuurgoudhaan, alweer zo'n nuttige jaarsoort, en een fraaie bovendien.
Een paar honderd meter verder keken we uit over de Zwaneplas en daar vond ik (weliswaar op flinke afstand) minstens 25 Krooneenden, en ook die waren van harte welkom op de vogellijst 2018. Ook riep er een Waterral.
Bietsend Roodborstje bij restaurant Panneland.
Op de terugweg stapten we stevig door en vlogen er nog twee mannetjes Grote Zaagbek over ons heen. Tijdens een heerlijke warme chocomel met slagroom en een tosti bij Het Panneland zat er de hele tijd een Roodborstje op en onder de tafels om kruimeltjes te bietsen. Hij had concurrentie van een haan, die zich af en toe ook liet horen, hoewel iedereen natuurlijk allang wakker was.
Met vijf jaarsoorten, waarvan drie zeer nuttige, was ik bijzonder tevreden over de opbrengst. Het was weer een heerlijk en gezellig dagje duinen!
Haantje Pik.

donderdag 1 februari 2018

01-02-2018: Ross' Meeuw, een nieuwe soort!

De tweede kalenderjaar Ross' Meeuw van Vlissingen!
Op 24 januari jl. werd door Jan Goedbloed een Ross' Meeuw ontdekt in de haven van Vlissingen. Een Ross' Meeuw! Dat was een totaal nieuwe soort voor mij; noch in Nederland, noch in het buitenland had ik hem ooit gezien. Maar ja, Vlissingen. Twee uur en drie kwartier met de trein vanuit Leerdam, daar had ik nou niet ontzettend veel trek in, zeg maar. En bovendien, dat beest zou toch wel snel weg zijn, zoals het Ross' Meeuwen in Nederland betaamt.
Maar dag na dag werd het dier opnieuw gemeld. Het was net of hij me iedere dag vanaf de diverse waarnemingensites toeriep: 'Kom je nou nog Jan, ik ben er nog steeds hoor!'
Gisteren zat hij er een week, en de ene prachtfoto na de andere verscheen op de vogelsites. Oké, ik hield het niet meer en besloot er vandaag op af te gaan. Een lange reis en misschien voor niks, maar de dood of de gladiolen dan maar.
Om de kosten enigszins binnen de perken te houden vertrok ik na negen uur uit Leerdam, zodat ik mijn kortingskaart kon gebruiken. De reis zat ontzettend mee, omdat ik in Dordrecht nog een late aansluiting kon halen, en om tien over half twaalf was ik ter plekke. Het station ligt feitelijk in de haven, dus ver hoefde ik niet te lopen.
Ja, ik weet het. Baggerplaten. Dat beest was niet te doen met mijn cameraatje.
Ik hoefde ook niet lang te wachten, want al na een minuut of tien kwam de Ross' Meeuw de haven in gevlogen en eigenlijk was hij daarna nauwelijks weg. Zo'n anderhalf uur heb ik van het diertje genoten. Wat een droppie! En wat liet hij zich fraai zien! Regelmatig kwam hij op een of twee meter over of langs de waarnemers gevlogen. Regelmatig riep hij ook.
Maar foto's, nee, dat zat er niet in. De meeuw was buitengewoon snel, beweeglijk en wendbaar en na ruim anderhalf uur klooien had ik welgeteld bovenstaande bewijsplaatjes. Even rustig op het water zitten was er niet bij. Er was, kortom, met mijn toestelletje geen beginnen aan. Neemt niet weg dat ik super genoten heb van mijn allereerste Ross' Meeuw!
Aalscholver. Die wilde wel graag.
Een leuke bijvangst was een adult winter Zwartkopmeeuw, die ook tot tweemaal toe de haven in kwam vliegen en niet helemaal de aandacht kreeg die hij verdiende. Tussen neus en lippen door waren ook de Grote Gele Kwikstaart, de Steenlopers en de Aalscholvers die ruzieden met Grote Mantel- en Zilvermeeuwen erg onderhoudend.
Tegen twee uur besloot ik huiswaarts te gaan. Ik had immers nog een lange reis voor de boeg. Om halfvijf was ik thuis, moe maar uiterst tevreden.

vrijdag 26 januari 2018

26-01-2018: Geen Ross' Gans, toch een leuke dag.

Zilver- (l) en Geelpootmeeuw (r).
Vandaag begon met mijn eerste zingende Zanglijster van het jaar, een heerlijk gehoor. Toen was het nog donker en lag ik nog in bed. Toen het licht werd, bleek deze Zanglijster een mooie dag te hebben aangekondigd, want het was zowaar droog, het waaide nauwelijks en ik meende zelfs een min of meer onbewolkte hemel te zien. Op de fiets dus en vogels scoren, want in deze ultieme zeikwinter moet je iedere aardige dag meepakken.
Mijn belangrijkste doel was de Ross' Gans, die de afgelopen week regelmatig in de uiterwaarden van Culemborg bivakkeert. Als hij daar niet zit, zit -ie aan de overkant. Hopen en bidden dus maar dat het beest vandaag aan de goeie kant zou zitten.
Al snel bleek dat het een leuke dag zou worden. Nog in Leerdam hoorde ik een Boomklever roepen, een redelijk zeldzame soort in deze streek. Bij Acquoysemeer zaten veel Sijsjes en tenminste drie Grote Barmsijzen, de zoveelste die ik deze invasiewinter zie. Even verderop vloog een Waterpieper op en nog iets verder kwamen mijn eerste Veldleeuweriken van 2018 overvliegen. Leuk! Ik hoorde er meerdere vandaag, op diverse plaatsen.
Ik arriveerde bij De Waaij, en daar zaten wat meeuwen in de plas. Weinig grote meeuwen, maar toch even checken:  verdraaid, daar zat een Geelpootmeeuw, jaarsoort nummer twee! Het was nog tamelijk nevelig, maar de (iets bewerkte) foto laat niets te raden over. Hoppa!
Fuut.
Aan het eind van de Diefdijk sloeg ik deze keer rechtsaf, richting Culemborg, en vanaf de Goilberdingerdijk telde ik een  mooi groepje van 23 Kleine Zwanen. Wat een fraaie vogels zijn dat toch. Ook een man Pijlstaart, die zich in een grote groep eenden bevond, was erg leuk.
In de Baarsemmerwaard zong een Cetti's Zanger uitbundig en het systematisch afspeuren van de eenden leverde resultaat op: daar zwom een mannetje Nonnetje! Een fijne soort die ik hoogstens een paar keer per jaar zie.
De Ross' Gans zat helaas aan de verkeerde kant vandaag. Ik speurde alle ganzen af, ook die aan de overkant van de Lek, en wachtte een tijdje tot de vogel zich misschien toch zou melden. Intussen vond ik wel een man Grote Zaagbek, een fijne jaarsoort. Op een zeker moment gingen er honderden ganzen de lucht in aan de overzijde van de Lek, maar ook daar zat hij niet tussen. Dan maar naar Everdingen.
Onderweg, vlakbij Werk aan het Spoel, hoorde ik ineens Baardmannetjes! Luid en duidelijk pingden ze vanuit het riet, maar ze lieten zich niet zien. Jaarsoort nummer vijf was dat.
Bij Everdingen was het weer een baggerbende. Toch ploegde ik me er maar doorheen, vond een fraaie Waterpieper en twee à vier Baardmannetjes die zich mooi lieten bekijken. Doodgewone soorten als Rietgors en Roodborsttapuit wilden echter niet meewerken, zodat de 120 jaarsoorten er nog niet inzat vandaag.
Op de terugweg bij de plas met de palen (bij De Waaij) pauzeerde ik even en vond een fraaie adulte Pontische Meeuw tussen de gewonere soorten.
Geen Ross' Gans dus, maar een heerlijk dagje was het wel, zowel qua weer als qua vogels.