maandag 7 mei 2018

07-05-2018: Zwarte Wouw over dakterras!

Jaarsoort nr. 201 kwam sneller dan ik had verwacht: vanmorgen om tien voor negen stapte ik even naar buiten, zag een flinke roofvogel aankomen, greep de kijker en constateerde dat het om een Zwarte Wouw ging, die traag flappend en af en toe een cirkeltje draaiend richting west verdween. Dat was nog eens een mooi begin van de dag!

zaterdag 5 mei 2018

05-05-2018: Op zoek naar nr. 200, een zingende Zomertortel en twee Raven

De Zomertortel bij Heukelum liet zich vandaag fijn fotograferen.
Het beloofde vandaag weer een prachtige lentedag te worden, dus ik besloot om maar eens vroeg op pad te gaan. Om zes uur zat ik op de fiets en toen ik de Lingedijk opreed, hoorde ik meteen een Nachtegaal (de eerste van vier) en een Cetti's Zanger (de eerste van vijf vandaag) zingen. Ik fietste rustig richting Kedichem, noteerde Kleine Karekieten, Koekoek, twee Braamsluipers, veel Grasmussen en meerdere Tuinfluiters. Bij Kedichem stond een Lepelaar in een plasje en er vlogen vier Zwarte Sterns en twee Visdieven rond. Het duurde echter tot voorbij Kedichem tot ik mijn beoogde nummer 200 te pakken had: de Bosrietzanger. Later vandaag hoorde ik er nog twee, ze zijn dus duidelijk terug.

Een van de twee Raven van Heukelum.
Via een fietspaadje dat van de dijk af naar de Achterdijk leidde, reed ik richting de plek waar enige dagen geleden twee Patrijzen waren gezien, een soort die intussen een echte zeldzaamheid genoemd kan worden in de regio. Helaas vond ik ze niet, en precies op de plek waar de vogels waren gezien waren nu boeren met twee tractors in de weer. Jammer.
Ik fietste terug naar Leerdam en omdat het nog vroeg was, besloot ik nog even de Nieuwe Zuiderlingedijk op te rijden tot de plek waar ik ieder jaar de Snor heb. Maar die liet ook vandaag weer verstek gaan. Dan maar doorrijden en even kijken of de Raaf nog te vinden is, dacht ik.

Zomertortel.
Ik wachtte een tijdje bij het bosje langs de Tiendweg. Er kwam een Appelvink overgevlogen, altijd leuk. En ja hoor, na een kwartiertje kwam de Raaf weer uit het bosje gevlogen. Ik besloot te wachten, want wat doet zo'n beest de hele tijd bij hetzelfde bosje? Na weer een kwartier hoorde ik ineens een Zomertortel zingen! Een heerlijk geluid van een soort die ook al bloedzeldzaam is geworden bij ons in de regio. Maar hier zat er eentje, boven op een dode boomstam te koeren. Hij liet zich prachtig fotograferen en mijn dag was allang goed. Toen ik terugkwam bij het bosje zag ik nog net de Raaf weer aankomen en het bosje in duiken. Maar even later zag ik nog een Raaf aankomen, met voer in de snavel deze keer. Het kon toch niet zijn dat de vogel zo stiekem het bosje weer had verlaten? De Raaf landde niet, maar vloog eerst een rondje om na enige  minuten toch in het bosje te landen, waarna ik getrakteerd werd op de typische corr-corr-roep, maar ook iets wat deed denken aan de bedelroep. Het zou toch niet...? Vijf minuten later werd mijn vermoeden bevestigd: twee Raven verlieten tegelijkertijd het bosje! Een ding is zeker: ik ga de situatie daar goed in de gaten houden!

vrijdag 4 mei 2018

04-05-2018: Regionale Raaf op de plaat

Paartje Krakeend bij Lappenheide.
Nog twee soorten had ik nodig om aan de 200 jaarsoorten te komen, en omdat het opnieuw fraai weertje was vandaag, ging ik er rond halfnegen op uit. Ik maakte het rondje Lappenheide-Acquoy-Nieuwe Zuiderlingedijk-Heukelum en weer terug. Het was heerlijk fietsweer en allerlei vogels deden hun best. Ze zongen erop los, lieten zich mooi zien en/of wilden graag fotomodel zijn, zoals de Krakeenden hierboven. Maar een jaarsoort kwam er vooralsnog niet uit.
Pas toen ik via het weggetje langs de tennisclub van Heukelum weer naar de dijk fietste, hoorde ik een geluidje waarop ik erg gespitst was: Grauwe Vliegenvanger! En jawel, even later kwam het vogeltje in de kijker, zittend in een kale boomtop. Jammer genoeg vloog hij weg net toen ik mijn camera in gereedheid had.

Jaaa, de Raaf van de Nieuwe Zuiderlingedijk!
Ik zat een tijdje op het bankje nabij Vogelswerf en genoot van onder meer vier Zwarte Sterns, een zingende Nachtegaal en idem Cetti's Zanger. Na een tijdje fietste ik terug de Nieuwe Zuiderlingedijk op en reed nog even de Tiendweg op. Ineens hoorde ik een vreemd geluid en zag dat het gemaakt werd door een grote donkere vogel die in een boomtop zat: de Raaf! Wat een geluk, hij is er dus nog steeds! Even later vloog hij uit het bosje, bijna over me heen, maar het lukte me in de gauwigheid niet om een foto te maken. De vogel vloog helemaal over de dijk, maar niet veel later kwam hij terug en vloog over het bosje waar hij eerder uit was gevlogen. Nu kreeg ik hem wel op de foto, maar alleen van de achterkant, zodat je er nog geen fluit aan zag. Maar na nog een paar minuten kwam de Raaf opnieuw uit het bosje gevlogen en nu kreeg ik hem wel één keer scherp en goed op de plaat. Pff, eindelijk! Want zo'n regionale zeldzaamheid wil je natuurlijk wel gedocumenteerd hebben.

Wijfje Wilde Eend met pul, Lappenheide.
Ik fietste rustig aan terug, maar de soorten waarvan ik hoopte dat een ervan mijn 200e zou worden (Snor of Bosrietzanger), lieten zich niet horen. Nou ja, lang zullen ze niet meer op zich laten wachten. Ook op de terugweg nog even bij Lappenheide gekeken, maar daar was verder niet veel veranderd. Wel liet een Kleine Plevier zich leuk fotograferen.

Kleine Plevier bij Lappenheide.
Zanglijster te Acquoy.

woensdag 2 mei 2018

02-05-2018: De Cirlgors, een nieuwe soort voor Nederland.

Het mannetje Cirlgors van Budel.
Al ruim een week verblijft een mannetje Cirlgors op een openbaar toegankelijk militair oefenterrein bij Budel. Het is pas de zesde voor Nederland en, sterker nog, pas de tweede twitchbare. Aangezien deze fraaie soort voor mij nog een nieuwe voor Nederland zou zijn en ik vandaag een afspraak had met Chris om te gaan vogelen, was het al dagenlang nagelbijten en hopen en bidden dat de vogel nog even bleef. Dat bleek geen probleem, want dag na dag werd hij keihard zingend gemeld en het leek erop alsof de vogel ter plekke gewoon territorium hield. Gisteren was het nog even spannend toen hij na kwart over negen 's morgens niet meer werd gezien, maar gelukkig werd hij 's avonds toch weer waargenomen.
Vanmorgen om zeven uur vertrokken wij vanuit Leerdam en een uurtje later waren we ter plaatse, en toen was de vogel nog steeds niet gemeld, hetgeen begrijpelijkerwijs voor enige onrust zorgde. Maar gelukkig wist een vogelaar die net kwam teruglopen te vertellen dat de Cirlgors wel degelijk nog aanwezig was en onafgebroken zong. Dat was goed nieuws!


En jawel, na vijf minuten stug doorlopen hoorden we hem al zingen. Even later zagen we hem zitten, in de top van een den, met de zon in de rug. Wat geweldig, en wat ging dit voorspoedig! De vogel liet zich zelfs een paar keer fotograferen, zij het van afstand. Vliegerig was hij wel, en je moest als vogelaar behoorlijk aan je conditie werken als je het beest, dat van hot naar her (lees: van Brabant naar Limburg; hij bevond zich precies op de provinciegrens) en vice versa vloog, wilde volgen. Ondertussen zagen en hoorden we ook nog Boompieper, Boomleeuwerik, Gekraagde Roodstaart en twee Tapuiten, waarvan die laatste soort nog een jaarsoort was.
Na een uur of twee werd de Cirlgors stiller en hadden wij genoeg gezien. We besloten de Iberische Tjiftjaf van Heerjansdam met een bezoek te vereren en intussen hoopten we dat de Hop van Kinderdijk weer werd gevonden. Dat laatste bleek ijdele hoop, maar met de IbTjif kwam het goed: het diertje zat vrijwel onafgebroken te zingen. Helaas bevond hij zich in een cluster van grotendeels dicht bebladerde bomen en kregen we hem alleen een keer als een schim wegvliegend te zien, maar horen is scoren en gehoord hebben we hem wel een uur lang.


Intussen was er een Steltkluut gemeld bij Berkel en Roderijs, dus gingen we daar ook nog even op af. De Steltkluut was er helaas niet meer, maar als troostprijzen vonden we onder meer Bosruiter, Zwarte Ruiter (twee jaarsoorten voor mij) en twee Groenpootruiters. We besloten de dag in de buurt van Bleskensgraaf, waar twee Roodhalsganzen zouden zitten, maar ook die vonden we niet. Er zaten giga-veel Brandganzen in verschillende groepen en groepjes, die bovendien lang niet allemaal goed te overzien waren. Wel was het een erg mooi gebiedje voor weidevogels, met onder meer zingende Veldleeuwerik en vele baltsende Grutto's, Tureluurs en Kieviten.

zondag 22 april 2018

22-04-2018: Nieuwe regiosoort: de Noordse Stern!

Fitis bij Everdingen.
Vandaag zou voorlopig de laatste zomerse aprildag worden, en na het ontbijt besloot ik naar Everdingen te fietsen. Ik was er al een tijdje niet meer geweest, en er ontbreken nog wat steltlopers op mijn jaarlijst die ik daar mogelijk kon vinden. Onderweg kwam ik mijn eerste Grasmus voor 2018 tegen, eindelijk, en in de loop van de dag zag en hoorde ik er nog veel meer. Bij de Waaij zong de Cetti's Zanger en fotografeerde ik een mooie Grote Bonte Specht, maar daarna fietste ik flink door omdat ik toch al aan de late kant was en ik snel in de uiterwaarden wilde zijn.
Grote Bonte Specht bij De Waaij.
Het eerste wat opviel bij Everdingen waren de hoeveelheden sterns. Zeker twintig Visdieven en vier Zwarte Sterns foerageerden boven de plas. Ik zag vier Kemphaantjes lopen, altijd leuk, en ook hier zong Cettia cetti. Een stukje verder langs de dijk zag ik jaarsoort nummer twee: een Oeverloper. Ik liep het gebied in en hoorde en zag Blauwborst en Sprinkhaanzanger, terwijl Rietzanger en Fitis zich mooi lieten fotograferen. Dat gold ook voor een mannetje Zomertaling.
Rietzanger bij Everdingen.
Jaarsoort nummer drie was een Regenwulp, een soort die ik hier hoopte te zien. Verder was het echter rustig met de steltjes, op wat bekende snuiters na zoals Kluut, Grutto, Kleine Plevier, Tureluur et cetera.
Maar de beste soort werd bewaard tot het allerlaatst. Ik stond nog wat te praten met Piet en Bertie, toen Hans Evers ons attendeerde op maar liefst vijf Noordse Sterns! Dat was even omschakelen, want je rekent er niet op met al die Visdieven, maar inderdaad: daar vloog een groepje van vijf sterns met langere staarten, korte bloedrode snavels, witte doorschijnende slagpennen met een dun zwart achterrandje. Ze foerageerden als Zwarte Sterns, insecten pikkend van het wateroppervlak of vlak daarboven, en bleven steeds bij elkaar. De typische 'wittere' uitstraling en de iets andere proporties (korte voorkant en lange achterkant) waren ook van een afstandje nog duidelijk. Deze Noordse Sterns waren behalve een goeie jaarsoort ook nog een nieuwe regiosoort voor mij, dus ik kon dik tevreden huiswaarts gaan.
Man Zomertaling, Everdingen.

vrijdag 20 april 2018

20-04-2018: Zomer(tortel)!

De Koekoek liet zich mooi horen en zien bij Lappenheide.
Het was ook vandaag weer zomers weertje, dus na het ontbijt fietste ik weer een rondje, langs Lappenheide, Acquoy en de Nieuwe Zuiderlingedijk. Bij Lappenheide begon het meteen al goed met een Koekoek die bovenin een kale tak zat en zijn roep over de omgeving liet weerklinken. Gelukkig bleef hij mooi zitten, zodat ik mijn mooiste koekoekfoto's tot nu toe kon maken.
Op de plas bevonden zich vandaag maar liefst dertien Kluten en ook twee Visdieven, en verder het intussen normale spul, waaronder de Kleine Plevieren.
Ik fietste door Acquoy, over het dijkje en dan de Langedijk af, waar niet veel te beleven was vandaag. Maar dat werd helemaal gecompenseerd toen ik het sluisje bereikte, waar ik vlakbij me een Appelvink hoorde zingen! En jawel, daar zat de rakker, zowat open en bloot in een boompje te tsjikken en te brabbelen.
Appelvink!
Dat smeekte om foto's van deze over het algemeen toch bar schuwe rakker en gelukkig werkte deze Appelvink uitstekend mee. Zo, dat ging niet slecht!
Intussen had ik ook al een Boomblauwtje gezien voor de vlinderlijst 2018 en Oranjetipjes vlogen er volop langs de Nieuwe Zuiderlingedijk. Ik zag er ook mijn eerste Bont Zandoogje van het jaar (maar een Kleine Vos heb ik nog altijd niet...).
Intussen schoot het met de jaarsoorten niet erg op. Zelfs een Grasmus liet zich niet horen. Dat veranderde pas toen ik het bankje aan de Linge, vlakbij Vogelswerf, bereikte, waar twee Zwarte Sterns alweer boven hun traditionele broedplaats rondvlogen. Leuk!
Ik fietste nog even de dijk af naar het plekje waar ik in 2012 de eerste Cetti's Zanger voor de streek vond en jawel, hij (of een soortgenoot) gaf een riedel ten beste. Rustig aan reed ik weer terug en ineens hoorde ik, jawel, een Zomertortel!
Zomertortel!
Deze fraaie tortel is tegenwoordig een zeldzaamheid in onze regio, en trouwens, hij holt overal achteruit, mede 'dankzij' de jagers in Zuid-Europa, Noord-Afrika en het Midden-Oosten, die ze massaal uit de lucht knallen. Maar deze had toch weer veilig en wel ons landje bereikt. En zo werd het opnieuw een hartstikke leuke en productieve fietstocht door de eigen streek.
En nogmaals de Appelvink.

woensdag 18 april 2018

18-04-2018: Terug naar de basis

Gekraagde Roodstaart.
Ooit, ruim veertig jaar geleden alweer, ben ik mijn vogelaarscarrière begonnen in de Amsterdamse Waterleidingduinen. Ik heb perioden in mijn leven gehad dat ik daar de spreekwoordelijke deur plat liep. Maar sinds ik in Leerdam woon, kom ik er niet al teveel meer. Maar vandaag was het weer eens zover: ik had een afspraak gemaakt met mijn goede vriendin Anita om een lekkere duinwandeling te maken. Het weer was fantastisch vandaag: zonnig, vrijwel windstil en ruim twintig graden.
Ik had een paar zomervogeltjes op mijn verlanglijst staan die ik zeker wilde zien, omdat je die bij mij in de streek niet of nauwelijks tegenkomt. De belangrijkste waren Boomleeuwerik, Boompieper en Gekraagde Roodstaart, en die waren alledrie in ruime mate voorradig. Als bonus kwam mijn eerste Koekoek van 2018 nog even gedag koekoeken en verder was een roffelende Kleine Bonte Specht een leuke bijvangst.
Heel fijn was ook dat de Nachtegaal zich voor het eerst door mij liet fotograferen. Geen topplaten geworden, maar toch, het is een begin.
Nachtegaal!
Van de zomervogels waren ook deze Nachtegaal en de Braamsluiper nogal aanwezig, maar van de verwachte Grasmus ontbrak ieder spoor. Maar toch, het waren een paar heerlijke en nuttige uurtjes in de AW-duinen.

zondag 15 april 2018

15-04-2018: Biesboschdag

Witte Kwikstaart in Polder Maltha.
Traditioneel bezoeken Koert, René en ik ergens in april altijd de Brabantse Biesbosch, en dit jaar was die dag vandaag, 15 april, ingepland. Helaas moest Koert verstek laten gaan wegens de griep, dus vertrok ik samen met René om halfnegen vanaf station Leerdam.
Onze eerste stop was langs de Bandijk tegenover Fort Bakkerskil en daar kwamen meteen twee Zwartkopmeeuwen overvliegen die ik er op geluid uitpikte. Later vandaag zagen we nog veel meer Zwartkopmeeuwen, en dat is altijd een feestje natuurlijk. Ook hoorden we de eerste Cetti's Zanger van de dag en er volgden er nog heel, heel veel. Wat is die soort talrijk geworden zeg.
Even verderop, bij de kruising met Braspenning, hoorden we onze eerste Kneutjes en Veldleeuweriken zingen en bij de Muggenwaard waren helaas niet al die leuke steltlopers aanwezig die er gisteren zaten, met uitzondering van wat Kluten.
Rietgors bij de Pannenkoek.
Polder Hardenhoek dan, waar Fitissen en vele Rietzangers zongen en twee Roodborsttapuiten aanwezig waren. Opnieuw vlogen er Zwartkopmeeuwen over en in de verte zagen we het nest van de Visarend, en aangezien die ook daadwerkelijk op het nest zat, werd hij mijn eerste jaarsoort van vandaag. Later zouden we hem nog diverse malen tegenkomen; de mooiste waarneming was die in Polder Maltha, achter het voormalige boswachtershuisje.
Op naar de Pannenkoek, waar helaas niet al die beloofde leuke zomerzangers aanwezig waren en ook de Beflijster liet verstek gaan, maar wel zagen we er ons eerste mannetje Oranjetipje van het jaar.
Zoeken naar Beflijsters op de bekende plek bij Lijnoorden was ook zinloos, maar wel sleepten we er een zingende Nachtegaal uit, en die was hoognodig, want pas mijn tweede jaarsoort van de dag.
Nogmaals de Witte Kwik.
Bij het nest van de Visarend, die af en toe met takken in z'n poten kwam aanvliegen, wat natuurlijk erg onderhoudend was, vloog een Visdief over, jaarsoort nummer drie. Ook een Bruine Kiekendief en een Kleine Plevier boden enig vertier, maar verder kregen we vooral het gevoel dat het niet erg opschoot. Er waren letterlijk tientallen jaarsoorten mogelijk, maar veel kwam er niet uit. Enfin, we besloten voordat we zouden gaan lunchen nog even Polder Maltha in te wandelen en dat leverde ons de mooiste Visarend van de dag op en ook een hoempende Roerdomp, en die bracht de schwung er weer een beetje in.
Tijdens de lunch werden we vermaakt door twee Appelvinken, een soort die ik nog nooit eerder in de Biesbosch had gezien. Na de lunch liepen we naar de vogelkijkhut van Hardenhoek, waar vanmorgen een Amerikaanse Wintertaling was gezien. Onderweg ernaartoe vonden we een Huiszwaluw, een leuke jaarsoort, en vanuit de hut scoorden we Groenpootruiter en een adulte Dwergmeeuw, ook altijd een fijne soort om binnen te hebben.
Ringmus, Polder Hardenhoek.
Maar de Zeearend, de Zomertaling en de Beflijster werkten niet mee. Dus besloten we die laatste twee in de uiterwaarden van Everdingen te proberen, als slot van de dag. De Beflijsterplek werd geteisterd door een discuswerpend gezinnetje en was dus kansloos. Gelukkig vonden we nog wel een slapend mannetje Zomertaling, en dat was toch een mooi slot van deze dag, die over het algemeen ook weer aangenaam voorjaarsweer bood.

zaterdag 7 april 2018

07-04-2018: De lente barst eindelijk los

Bergeend bij Lappenheide
Gisteren, maar vooral vandaag, is de lente eindelijk begonnen, qua weer tenminste. Het was zonnig met een matige ZO-wind, en de vogelverwachting was dan ook dat de sluizen vanuit het zuiden wijd open gezet zouden worden. Dus ben ik twee dagen lekker in de regio wezen fietsen, beide dagen hetzelfde rondje: Lappenheide, Aqcuoy, Asperen, Nieuwe Zuiderlingedijk.
Gisteren leverde dat meteen vijf jaarsoorten op: mijn eerste zingende Zwartkoppen en Fitissen, drie Kemphanen bij Lappenheide, mijn eerste Purperreiger langs de Nieuwe Zuiderlingedijk en een Boerenzwaluw bij het sluisje van Asperen.
Vandaag leverde het een overvliegende Gele Kwikstaart en idem Lepelaar op. Zeven jaarsoorten dus in twee dagen tijd, en zo hoort het in april. Vandaag ook een overtrekkende Appelvink en mijn eerste dakterrasvlinders: een Dagpauwoog en een Gehakkelde Aurelia.

maandag 2 april 2018

02-04-2018: Winterswijk revisited, Zwarte Specht soort van de dag

Wtf are you doing in my territory?!
Ook vandaag maakte ik weer de lange reis naar de omgeving van Winterswijk, deze maal in gezelschap van Koert en René, die de specialiteiten van het verre oosten natuurlijk ook wilden scoren. Zelf had ik mijn zinnen gezet op de Kortsnavelboomkruiper, die vorige week niet wilde meewerken. Maar helaas deed hij dat ook vandaag niet. Niettemin werd het een gedenkwaardig dagje.
We begonnen vandaag in Bekendelle, waar we rond tien uur waren. In tegenstelling tot vorige week hadden we de Middelste Bonte Specht razendsnel te pakken, want bij het uitstappen van de auto hoorde ik hem al roepen en even later vond Koert hem tegen een boom. Tegelijkertijd zong er een Vuurgoudhaan, die ook in beeld kwam, en riepen er Glanskoppen en Boomklevers.
... en nou opgetiefd of ik kom ff een gaatje in je schedel hakken.
Een stukje verderop, langs de beek, kwamen de eerste Appelvinken in beeld. Ook vandaag waren ze weer schuw. We bleven lange tijd rondhangen op de plek waar de Kortsnavelboomkruiper vaak wordt gehoord en gezien, maar ook vandaag was er geen spoor van de vogels te bekennen. Helaas.
Een eind verderop keek ik van een afstandje naar een spechtenhol dat ik vorige week ook al had gezien en waar toen een Grote Bonte Specht bij zat. Maar deze keer zat er iets heel anders in: een Zwarte Specht! Vanuit zijn hol keek de vogel ons dreigend aan. Natuurlijk bleven we op afstand, want we wilden hem beslist niet verstoren. Maar omdat de holte zo'n beetje naast een wandelpad was gesitueerd, liepen er regelmatig mensen langs en dan kwam de specht even met z'n kop buiten het hol de boel inspecteren. Wat een fantastische waarneming!
Surprise surprise: op de terugweg bij Miste nog twee Zwarte Spechten!
We liepen aan de andere kant van de beek terug, postten weer een tijd voor de Kortsnavel, maar zonder resultaat. We besloten eerst naar de Oehoe te gaan, dan te gaan lunchen en vanmiddag weer terug het bos in te gaan.
De Oehoe zat gelukkig trouw op haar nest en liet zich weer leuk zien. Omdat er een struik voor de richel staat waarop zij broedt, zitten echt mooie foto's er niet in, maar natuurlijk deden we toch weer ons best. Toen ik een stukje verder liep, zag ik nog een Appelvink in een boomtop zitten en een paar Kneutjes vlogen over.
Wijfje Oehoe op het nest.
We reden terug naar Bekendelle, waar we eerst gingen lunchen in het restaurant bij de watermolen en daarna weer het bos in liepen. Er waren ineens wat plantjes gaan bloeien: Bosanemonen en Bosgeelsterren. Die herinnerden ons eraan dat het toch echt lente is, want verder is het weer nog niet erg passend bij dat seizoen.
Opnieuw postten we een tijd bij de Kortsnavelplek en opnieuw liet hij ons in de steek. Je ziet, we hebben echt wel ons best gedaan. Nu was ook de Zwarte Specht niet thuis, of misschien geloofde hij het wel en bleef hij onzichtbaar voor ons in z'n hol zitten.
Toen het drie uur geweest was, vonden we het welletjes en gingen huiswaarts. Maar we hadden nog maar een paar kilometer afgelegd toen René ineens een Zwarte Specht zag zitten. En toen we waren  uitgestapt bleken het er zelfs twee te zijn, waarvan één exemplaar zich uitermate fraai liet zien en fotograferen. Zo, dat was een uitsmijter van formaat, en we riepen de Zwarte Specht dan ook unaniem uit tot de soort van de dag!
En nogmaals de Zwarte Specht.
... en nogmaals ...
... en nogmaals.

zaterdag 31 maart 2018

31-03-2018: Raaf in de regio!

Baltsende Futen bij Lappenheide.
Tussen de natte dagen door is er af en toe weleens een droge dag met weinig wind te bespeuren, en aangezien vandaag zo'n dag leek te gaan worden, stapte ik met zonsopkomst op de fiets om lekker te gaan vogelen in de regio. Mijn hoop was om vandaag de 160 jaarsoorten vol te vogelen, iets wat een tamelijk realistisch doel leek.
Ik begon bij Lappenheide, waar vandaag vier Kleine Plevieren, twee Kluten en het gebruikelijke spul aanwezig waren. Ik fietste verder naar Acquoy, daar de dijk op waar wederom geen Steenuil te bekennen was, en toen over de onverharde weg naar Fort Asperen. Langs die weg vond ik de eerste krent van vandaag: een Cetti's Zanger, een soort die hier allang niet meer zeldzaam is, maar dit betrof een nieuwe plek.
Ik reed de Nieuwe Zuiderlingedijk op, waar tot mijn teleurstelling op het eerste stuk geen Blauwborst of Fitis of Zwartkop te horen was. Het werd pas leuk toen ik de N848 was overgestoken. In een plasje baltste een stel Dodaarsjes en terwijl ik daarnaar luisterde en keek vloog er ineens een Witgat op, mijn eerste jaarsoort. Niet veel verder kwamen er twee luid roepende Kruisbekken over me heen gevlogen, voor deze regio toch ook niet bepaald een vaak geziene soort.
Toen ik de Linge had bereikt, volgde eindelijk mijn eerste zingende Blauwborst van het jaar, niet veel later gevolgd door nummers twee en drie, dat zul je altijd zien.
Ik keek nog even op de plek waar ik destijds de eerste Cetti's Zanger voor de regio ontdekte, en daar zat nu een Vuurgoudhaan te zingen in een klein plukje coniferen. Leuk! Ondertussen schroefden drie Bruine Kiekendieven boven me omhoog en stapten een Grote Zilverreiger en een Ooievaar over het land.
De grootste verrassing moest echter nog komen. Ik was al op de terugweg toen ik een Raaf hoorde roepen, vlakbij, en jawel: daar kwam hij over me heen gevlogen! Lange staart, enorme snavel, stuk groter dan Zwarte Kraai en de onmiskenbare, diepe en droge 'cor-cor'-roep roepend. Het vreemde was, dat ik hem op de heenweg ook al meende te horen, maar kort, en de vogel zag ik nergens. Dus liet ik het er toen maar bij. Maar nu was er geen twijfel mogelijk. Ik volgde de Raaf met de kijker en zag hem landen in de bosjes ter hoogte van de laatste kruising voor de Linge. Het zou heel goed de Raaf kunnen zijn die vrij recent tweemaal boven Asperen is gezien. Dat is zelfs tamelijk waarschijnlijk, gezien de zeldzaamheid van de soort in onze regio. Dat betekent dus, dat hij hier rondhangt, wat natuurlijk erg leuk is.
Thuis volgde er nog een verrassing: er zat een Zwarte Roodstaart te zingen rond ons huis. Dat gebeurt tegenwoordig ieder jaar rond deze tijd en hij zal dus wel ergens in de buurt broeden. En zo kwam ik toch nog aan de 160 jaarsoorten!
Grauwe Gans bij Lappenheide.

zondag 25 maart 2018

25-03-2018: Vogels van het verre oosten

Een Graspieper liet zich leuk fotograferen bij Bemmel.
Vandaag ging ik weer eens met Chris en Wiegert op pad, en we waren het er snel over eens dat een tochtje naar het oosten des lands een goed plan was. Per slot van rekening was de Oehoe nog een nieuwe Nederlandse soort voor Wiegert, en de Kortsnavelboomkruiper een nieuwe voor Chris. En voor mij waren er genoeg leuke jaarsoorten te halen.
En dus vertrokken we om halfacht vanuit Leerdam om rond kwart over negen bij de steengroeve in het verre Winterswijk te arriveren. De Oehoe was een makkie, die zat gewoon op haar nest, keek af en toe in onze richting, knipperde met haar ogen of geeuwde. Leuk was ook, dat iets verderop een Geelgors zong en een Raaf riep regelmatig vanuit de verte. Hopla, drie jaarsoorten erbij.
De Oehoe van Winterswijk op haar nest.
Snel op naar Bekendelle, dat prachtige bos waar alle Nederlandse spechten, de Kortsnavelboomkruiper en nog vele andere leuke vogels te vinden zijn. Helaas gold dat vandaag niet voor die Kortsnavel, want hoe we ons best ook deden, er was geen spoor van deze soort te vinden.
Wel scoorden we vandaag alle spechten. De Groene hoorden we meteen al, Grote Bonten waren volop actief, een Kleine Bonte werd gevonden door Wiegert en werd gezien en gehoord. Voor de Middelste en de Zwarte moesten we meer moeite doen, maar nadat we er flink wat tijd in hadden gestoken hoorden en zagen we beide soorten. De Middelste Bonte liet zich uiteindelijk zelfs zeer fraai zien (minimaal twee exemplaren).
Intussen scoorden we ook Appelvinken, hoewel de gluiperds niet echt heel mooi in de kijker kwamen. Een paar Glanskopjes waren nog een jaarsoort voor mij. Een stel Grote Gele Kwikken en zingende Grote Lijsters waren evenmin te versmaden en hetzelfde gold voor een mannetje Sperwer en diverse zingende Vuurgoudhaantjes, waarvan er eentje prachtig in de kijker kwam.
Rouwkwikstaart bij Bemmel.
En... vandaag is ook ons vlinderseizoen begonnen middels de waarneming van vele Citroenvlinders die, toen de zon eenmaal begon te schijnen, massaal tevoorschijn kwamen.
We legden ons uiteindelijk neer bij het missen van de Kortsnavel en besloten de dag af te sluiten bij Bemmel, waar aan de Waal twee Roodhalsganzen zouden zitten. Aanvankelijk leek dat een hopeloze klus: de ganzen zaten zeer ver weg tussen massa's Brandjes. Maar toen we een stukje dichterbij waren gelopen, kregen we onverwacht hulp van een boer, die gezeten op zijn tractor de ganzen opjoeg. Toen de eerste groep Brandjes de lucht in ging, zag Chris de beide Roodhalsjes ineens staan. Wiegert had ze ook snel in de scoop, en ik kon nog net op tijd een blik werpen om een van de Roodhalzen te zien opvliegen. Na enige tijd verdween de groep uit het zicht. Maar we hadden hem!
Witte Kwikstaart bij Bemmel.
Nog was het niet gedaan. Andere vogelaars hadden een man Rouwkwikstaart gezien, die echter opgevlogen was en uit beeld verdwenen. Toen wij terugliepen naar de auto zag ik op een landje verderop een kwik lopen, dus besloten we dat veldje nog even te checken. En verdraaid, daar vond Wiegert het mannetje Rouwkwikstaart. Wat een heerlijke afsluiting van deze toch al geweldig mooie dag! De Rouwkwik liet zich langdurig bekijken en ook fotograferen, zij het van enige afstand.
Al met al werd het een lange dag vandaag, maar dat maakte niet uit. We hebben er weer erg van genoten.
Record shot van een van de MiBo's te Bekendelle.

maandag 19 maart 2018

19-03-2018: Goudplevier, nummer 150

Kieviten.
Vijf dagen geleden, op 14 maart, stond ik nog met lekker voorjaarsweertje bij Lappenheide en fietste daarna de Nieuwe Zuiderlingedijk af, waar ik zowel een Keep als een fraaie Kleine Bonte Specht als jaarsoorten scoorde.
Dit weekend was het weer Siberisch koud met een harde, gure noordoostenwind. Toch moest ik er vanmorgen even op uit: gisteren waren tussen Leerdam en Rhenoy Goudplevieren gezien, een soort die ik niet heel vaak zie in een jaar en hier in de regio al helemaal niet. Bovendien zou de plevier, als hij zou meewerken, mijn 150e jaarsoort voor 2018 zijn.
Na een korte, maar door de omstandigheden toch barre fietstocht vond ik nog voordat ik de juiste plek bereikte al dertien Goudplevieren. En op de plek van gisteren nog eens zes. De plas van Lappenheide was dichtgevroren, zodat de Grutto's, Scholeksters, Tureluurs en Kieviten die zich daar bevonden ook door de aangrenzende weilanden scharrelden.
Nadat ik nog even naar de Goudplevieren had gekeken, ging ik snel terug naar huis, aan de koffie.

maandag 12 maart 2018

12-03-2018: Het voorjaar zet door.

Grauwe Ganzen bij Lappenheide.
Vanmorgen scheen de zon af en toe en voelde het buiten lenteachtig aan, dus ik besloot het plasje bij Lappenheide weer eens te checken op leuke - c.q. jaarsoorten. Ik fietste Leerdam uit en hoorde een Boomklever roepen, een schaarse soort in deze regio die zich wel steeds vaker laat zien, heb ik de indruk.
Bij Lappenheide leek er aanvankelijk niet veel spannends aan de hand, behalve dat de Grauwe Ganzen zich weer eens mooi lieten fotograferen en dat er maar liefst elf Knobbelzwanen aanwezig waren, een aantal dat ik hier nog nooit eerder zag. Het betrof zes adulte vogels, waarvan er twee de hele tijd lieve geluidjes naar elkaar maakten, en vijf onvolwassen exemplaren.
Twee van de vijf onvolwassen Knobbelzwanen.
Zo'n twintig Kieviten stonden op een landtong en het aantal Grutto's bedroeg ongeveer vijfendertig, waarvan er minimaal vier tot de ondersoort IJslandse Grutto behoorden. Ook waren er twee Tureluurs aanwezig. Een Sperwer kwam overvliegen en joeg de hele groep steltjes omhoog, maar na enige tijd kwamen ze gelukkig ook weer naar beneden om te landen op precies dezelfde plek als waarvan ze waren opgevlogen.
Net toen ik een beetje teleurgesteld meende te constateren dat er geen jaarsoorten aanwezig waren, zag ik ineens een klein steltje staan: Kleine Plevier! Dat was leuk, vond ik, toch nog een nieuwe soort voor de jaarlijst 2018.
Kleine Plevier.
Ik telde de aantallen van diverse eendensoorten en toen ik bezig was met de Slobeenden zag ik helemaal achterin ineens een volgende jaarsoort lopen: een Kluut! Zo begon het toch nog wat te worden. Ik fietste een klein stukje verder naar de drassige weilandjes net om de hoek van Lappenheide, en hoppa, daar was jaarsoort nummer drie: een roepend overvliegende Kneu. Diverse Witte Kwikstaarten waren eveneens aanwezig. Ik besloot door te fietsen naar het dijkje om te kijken of de Steenuiltjes vandaag aanwezig waren en in de hoop op mijn eerste Tjiftjaf of iets anders leuks.
Drie adulte Knobbels.
Dat was een goeie zet, want ik fietste nauwelijks op het dijkje toen ik een luid zingende Tjiftjaf hoorde - en even later ook zag. Helaas waren de Steenuiltjes vandaag niet thuis, en ik besloot terug te fietsen naar Lappenheide om daar nog een tijdje te kijken. Dat pakte goed uit, want juist toen ik arriveerde kwam er een prachtige adulte Geelpootmeeuw aangevlogen, die midden op de plas landde en zich even later op een landtongetje ging staan poetsen. En zo werden het weer een paar hartstikke leuke vogeluurtjes.
Adulte Geelpootmeeuw!

dinsdag 6 maart 2018

06-03-2018: Ze zijn er weer, de Grutto's

Ze zijn er weer!
Vroeger, toen ik nog in Hillegom woonde, was de eerste zingende Boomleeuwerik in de duinen voor mij het teken dat de lente er echt aan kwam. Tegenwoordig is het, bij gebrek aan Boomleeuweriken in het rivierengebied, de komst van de Grutto's.
De bittere kou heeft ons land nog maar nauwelijks verlaten of de temperaturen zitten alweer in de dubbele cijfers en de vogeltrek komt op gang. De afgelopen dagen gingen niet alleen de Kraanvogels massaal op reis naar het noorden, ook de Grutto's staan alweer te kleumen op de ijsrestanten in de uiterwaarden van Everdingen.
Vandaag ben ik even naartoe gefietst. Onderweg zong er van alles, waaronder de Cetti's Zanger van De Waaij, en zag ik de eerste Scholekster alweer in het weiland staan. Bij de uiterwaarden aangekomen duurde het niet lang of ik hoorde de eerste Grutto roepen, en even later had ik een flinke groep van zo'n 45 stuks in de kijker.
Brandganzenpaar.
Ik liep een rondje om de uiterwaarden heen en vond zingende Rietgorzen en een kortstondig zingend mannetje Roodborsttapuit, allebei jaarsoorten. Minimaal twee Baardmannetjes waren nog aanwezig en een stuk of vier Tureluurs stapten tussen de Grutto's door. Ook leuk waren een Waterpieper en nog een Cetti's Zanger, alsmede een stuk of zeven prachtige mannetjes Pijlstaart. Ik had niet heel erg lang de tijd, dus na een paar uur fietste ik weer terug naar huis. Bij De Waaij speurde ik nog even tussen de meeuwen en vond weer een mooie adulte Pontische Meeuw op de palen.
Pontje op de palen.