zondag 14 januari 2018

14-01-2018: Nieuwe dakterrassoort: Zwarte Ooievaar!

Vanmorgen ben ik even met Cilja naar de uiterwaarden gereden in de hoop daar de Baardmannetjes te kunnen oppikken. Maar toen we er aankwamen stond het water zo hoog dat een groot deel van het riet half of helemaal onder water stond. Ik liep een eindje het gebied in, maar het pad was ook nog een grote modderpoel en de moed zonk me snel in de schoenen. Wel vloog er nog een Waterpieper roepend op. De Baardmannen komen een andere keer wel, besloot ik.
Dus reden we wat verderop en zagen twee Steenuiltjes in hun bekende knotwilg zitten en bij de stuw van Hagestein scoorde ik nog twee Dodaarsjes, een jaarsoort.
's Middags rond kwart over twee liep ik even het dakterras op met Cilja's kijkertje, het was immers zonnig weer met zuidoostenwind en de tijd is goed voor doortrekkende Rode Wouwen, dus wie weet. Ik keek omhoog naar het zuiden, het westen, het noorden, het oosten... Hé, wat gaat daar voor een joekel? Een Zwarte Ooievaar! Overduidelijke 'ooievaar', laag vliegend, pal naar noord. Zwarte nek, borst en vleugels, witte oksels en buik. Ik kon mijn ogen niet geloven, het is immers januari en die beesten worden geacht in zuidelijke streken te verkeren!
Wel is er de afgelopen tijd ook eentje ergens in Friesland en Overijssel gezien. Dezelfde vogel misschien?

dinsdag 9 januari 2018

09-01-2018: De 100 gepasseerd

Torenvalkje in de Everdingse uiterwaarden.
Het was vandaag eens droog en rustig weer, dus ik besloot voor de 100 jaarsoorten te gaan in de uiterwaarden van Everdingen. De Baardmannetjes stonden hoog op mijn verlanglijst, en ook hangt er weer een Roerdomp rond en werden er de laatste tijd elke dag Grote Zaagbekken gemeld.
Om kwart voor negen stapte ik op de fiets en noteerde op weg naar De Waaij, mijn eerste geplande tussenstop, wat gewone soorten en een Ree, mijn eerste zoogdiersoort van het jaar 2018.
Bij De Waaij zelf speurde ik een tijdje tussen de meeuwen, maar vond zo gauw niets bijzonders. Wel vloog er een luid roepende Waterpieper over, mijn eerste jaarsoort. Ik reed een klein stukje verder, naar de plas met de palen langs de snelweg. Hier vond ik al snel een mooie adulte Pontische Meeuw, jaarsoort nummer twee. Dat ging goed.
Adulte Pontische Meeuw.
Nog een klein stukje verder zaten twee Ringmussen te djem-tsjilpen, nummer drie. Aangezien ik vijf jaarsoorten nodig had voor de 100, lag ik dus lekker op schema.
Aangekomen bij Fort Everdingen checkte ik eerst de gracht, waar gisteren nog een Grote Zaagbek in zat. Maar die was vandaag afwezig, zoals trouwens overal in het gebied. Wel vloog er weer een Grote Barmsijs voorbij, de zoveelste van het jaar. Later volgden er nog enkele.
Een eerste check van de eenden in de uiterwaarden leverde vier Pijlstaarten op, jaarsoort nummer vier. Nu kon het niet meer misgaan. Maar de ronde om het gebied heen die ik liep, leverde toch onverwacht weinig op. Het water in de Lek stond zeer hoog en het pad was een grote modderbende. Ik hoorde een Waterral aan het begin van het pad (nummer 5 van de dag en nummer 100 van het jaar), maar Baardmannen, Rietgorzen, Roodborsttapuit, IJsvogel, Grote Zaagbekken, Dodaarsjes et cetera waren onvindbaar. Toch volgde er nog een verrassing: tussen een groepje overvliegende Kol- en Grauwe Ganzen hoorde ik een afwijkend geluid en dat bleek afkomstig te zijn van een Toendrarietgans! Een vrouwtje Sperwer liet zich zien, een Torenvalk liet zich fotograferen en op de terugweg had ik opnieuw een Pontische Meeuw en een Grote Gele Kwikstaart. En zo was het toch allemaal weer de moeite waard.
En nog een keer de Torenvalk.

zaterdag 6 januari 2018

06-01-2018: Vijf Kwakken

Eén van de vijf.
Het was droog en vrijwel windstil weer, dus ik besloot er meteen nog maar een fietstocht tegenaan te gooien. Via Rhenoy en dierenparkje De Paay naar de Mariënwaard, dat leek me een leuke route die wel wat jaarsoortjes kon opbrengen. Bovendien kon ik dan meteen even checken hoe het met de Kwakkenstand bij het dierenparkje is gesteld.
Net buiten Leerdam vond ik drie Ooievaars voor de jaarlijst. Vlakbij het dierenparkje mijn eerste Staartmezen van het jaar. En bij De Paay wachtte me een verrassing, want de Kwak heeft zich aardig uitgebreid. Maar liefst vijf vrij vliegende exemplaren zaten op het dak van het verblijf. Altijd leuk fotograferen, al is al dat gaas op de achtergrond natuurlijk niet echt het je van het.
Ik fietste door naar de Mariënwaard, waar het echter rustig was, om niet te zeggen stil; en met de grootste moeite wist ik er een Boomklever voor de jaarlijst uit te trekken.
Kwak 2 van 5.

vrijdag 5 januari 2018

05-01-2018: Werken aan de jaarlijst

De Waterspreeuw van Papendrecht.
Vandaag had ik een afspraak met Chris en Wiegert om ons traditionele nieuwjaarsrondje richting Zeeland te maken. Om acht uur vertrokken we uit Leerdam en ons eerste doel was niet zoals gebruikelijk Barendrecht, maar Papendrecht, omdat daar al een tijdje een Waterspreeuw huist in een suf slootje dat rond een wijk loopt. Niettemin lijkt de Waterspreeuw zich er helemaal thuis te voelen.
Het schemerde nog een beetje toen we arriveerden en al speurend liepen de hele sloot af, maar vonden niets. Hoewel een overvliegende Grote Gele Kwikstaart best leuk was voor de jaarlijst. Maar de Waterspreeuw was waarschijnlijk nog niet wakker. Het was ook wel erg gewaagd om de dag te beginnen met een vogel die (in het Engels) Dipper heet, aldus Chris.
We hadden een druk programma, dus besloten we eerst door te gaan naar Barendrecht, waar de Buffelkopeend traditiegetrouw de eerste echte zeldzaamheid van het jaar moest worden, en op de terugweg zo nodig nog een keer voor de Waterspreeuw te gaan. De Buffelkop zat ditmaal aan de andere kant van de plas, tussen de huizen, aan het Havenhoofd. We vonden hem razendsnel, zodat we wat tijd inliepen op de verloren tijd in Papendrecht.
Een van de drie Koereigers van Strijen.
Op naar het Oudeland van Strijen, waar Roodhalsgans, Dwergganzen en Koereigers op ons wachtten als het goed was. We begonnen met zoeken naar de Roodhals, maar tussen de vele honderden, zo niet duizenden Brandjes konden we hem helaas niet vinden. Dan maar hopen op de Dwergganzen, en die lieten zich deze keer eens heel aardig zien. Het waren er 16, waarvan ik er slechts 15 zag, maar dat vond ik niet erg. Het was vandaag echt genieten van de Dwergjes.
We vonden al zoekende ook nog een Kleine Canadese Gans, weliswaar een exoot, maar veel zie je ze niet. Toch leuk. Ook fotografeerde ik nog een wat vreemde gans, die een hybride Canadese x Brand bleek te betreffen.
We moesten een stukje omrijden voor de Koereigers, maar ze lieten ons niet in de steek. Eerst eentje tussen de schapen, vervolgens nog twee tussen de paarden.
Hybride Canadese x Brandgans bij Strijen.
Dik tevreden reden we door, naar Battenoord, waar de ook al traditionele Flamingo's en exotische aanverwanten al op ons stonden te wachten. Eén Flamingo was lekker aan het foerageren en dat was weer eens wat anders dan die saaie roze streep slapende flamingo's die je hier normaal gesproken aantreft.
We pikten ook nog wat normalere jaarsoorten op en gingen toen verder richting Goedereede, waar zowel Zwarte - als Witbuikrotgans tussen de Rotjes zouden zitten. Maar helaas, de plek bleek totaal verlaten, afgezien van een stuk of acht Rotganzen en wat Brandjes en Kollen. Gelukkig vonden we er nog een winterse Bruine Kiekendief als troostprijs.
Op naar de Brouwersdam dan, waar nog vele jaarsoorten te halen vielen. Aangekomen bij het Haventje Noord begon het te regenen, wat nou niet direct erg goed uitkwam, omdat er gespeurd moest worden met de telescoop naar verre duikers en andere leukerds. Gelukkig werd het na een kwartiertje weer droog en in de tussentijd vermaakten we ons met Middelste Zaagbekken, Kuifduikers, Scholeksters, Steenlopers, een Zilverplevier en Drieteenstrandlopers.
Flamingo bij Battenoord.
Toen het weer droog werd kon het speuren naar het ver op zee dobberende spul beginnen. We vonden enkel Roodkeelduikers, bijna allemaal ver weg. Leuk was een Grote Stern die kwam langsvliegen (en die deed dat later nog enkele malen).
Verderop langs de dam kwamen jaarsoorten als Brilduiker, Paarse Strandloper, Eider en Zwarte Zee-eend langs. Erg onderhoudend allemaal. En bij de Spuisluis zat een Kuifaalscholver tussen de Aalscholvers op de basaltblokken, hartstikke mooi, en vloog er een onverwacht - maar daarom des te leuker - Smelleken langs, ontdekt door Wiegert.
Intussen was de Waterspreeuw weer gevonden en was het twee uur, zodat het tijd werd om terug te keren naar Papendrecht om de spreeuw alsnog in te rekenen. En dat lukte. Het was een heerlijk slot van de dag om deze vogel actief te zien foerageren, zwemmen en kopje onder gaan. Een fantastisch beestje, en dat geheel onbevreesd op zo'n tien meter afstand.
Het spreekt vanzelf dat we tevreden huiswaarts reden. Juist toen we vertrokken begon de regen weer op te vallen, maar dat kon ons allang niet meer schelen.
Nogmaals de Waterspreeuw.

dinsdag 2 januari 2018

02-01-2018: De kop is er weer af

Het vogeljaar 2018 is begonnen! Uiteraard stond ik gisteren al vroeg op ons dakterras om de eerste gewone soorten in te rekenen. We moesten gisteren op bezoek bij familie in Hillegom, dus onderweg daarnaartoe noteerde ik ook nog wat soorten.
Vanmorgen hebben Cilja en ik ons traditionele autoritje door de streek gedaan. Via de Diefdijk reden we naar de polders bij Everdingen, waar weer Kleine Zwanen huizen. We vonden ze snel, hoewel ze ver weg op het land zaten. In de uiterwaarden zelf deed ik een snelle poging op de Baardmannetjes, maar die lieten zich horen noch zien. Wel wat eendensoorten voor de jaarlijst: Bergeend, Slobeend en Wintertaling lieten zich zien. Een Wulp riep vanuit de verte en Cilja vond een Gaai voor me.
Ons volgende doel was het Steenuiltje langs de dijk en gelukkig zat hij vandaag op z'n plek. We reden nog een stukje, naar Vianen en van daar naar Lexmond, waar we de dijk weer opreden. We vonden nog leuke plekjes met veel eenden, Smienten met name, maar er zaten verder geen jaarsoorten tussen.
's Middags wandelde ik over de Zuiderlingedijk naar het kasteelbos van Heukelum en zag leuke jaarsoorten, zoals Kramsvogels en minstens 75 Koperwieken. Een Matkop liet zich mooi zien bij het kasteelbos en de grootste verrassing waren twee Goudvinken die in het bosje vlak voor het eigenlijke kasteelbos zaten te roepen. Eén ervan liet zich ook heel mooi zien. Deze soort had ik pas eenmaal eerder in de regio, een goeie dus.

zaterdag 25 november 2017

25-11-2017: Een fotogenieke Woestijntapuit en een gloednieuwe soort.

Het mannetje Woestijntapuit van Schiphol.
Ik had vandaag een afspraak met Koert en René om een dagje te gaan vogelen en dat kwam goed uit, want er was van alles te beleven in het land. Uiteindelijk werd het een dag die rond twee soorten draaide.
Nadat ik naar Heemstede was getreind, stapte ik bij mijn vogelvrienden in de auto en konden we vertrekken naar Schiphol, waar langs de Duizendbladweg al een kleine week een mannetje Woestijntapuit huist. Mijn laatste stamde uit 2011 en voor Koert en René was het nog veel langer geleden, dus die was wel weer eens aan verversing toe. Bovendien liet de vogel zich af en toe bijzonder goed fotograferen, dus het maken van een stel leuke foto's van het beest was ook onderdeel van ons plan.

Eenmaal ter plaatse waren er al aardig wat vogelaars present, en tot onze opluchting was de vogel nog aanwezig. Hij was alleen net achter een rij aardhopen verdwenen en kwam daar een tijdlang niet achter vandaan. Maar na een stief kwartiertje wachten zat hij ineens zichtbaar op een hoopje aarde; helaas veel te ver weg voor een aardige foto. Maar goed, hij zat in de tas en hij was mijn 250e jaarsoort, dus ik was allang blij.
Aangezien noch de Steppevorkstaartplevier van Goeree, noch de Kokardezaagbek bij Zwolle (een van die twee zou ons volgende doel worden) al waren gemeld, bleven we voorlopig bij de tapuit in de hoop dat die uiteindelijk op de hopen aarde vlak langs de weg zou gaan zitten, wat hij regelmatig scheen te doen.

Eerst raakten we de vogel weer kwijt, toen dook hij weer op, nog steeds ver weg. Maar ineens zag ik hem aan komen vliegen en op een rij aarde dichterbij ons gaan zitten. En vrijwel meteen kwam hij nog dichter naar ons toe gevlogen en ging op de hopen langs de weg zitten. Hoera! De Woestijntapuit liet zich vanaf nu langdurig en van heel dichtbij zien en fotograferen en van die gelegenheid maakten we natuurlijk dankbaar gebruik. Missie nummer 1 geslaagd!

Nog altijd was geen van beide nieuwe soorten voor Nederland (voor mij; de Steppevork was zelfs nog een totaal nieuwe soort) gemeld. We besloten daarom naar de Brouwersdam te gaan en mocht de Step dan toch worden gemeld, konden we daar in no time zijn.
Toen ik onderweg waarneming.nl nog eens checkte, bleek de vogel gemeld te zijn. Op dus naar de Watergatseweg nabij Stad aan 't Haringvliet op Goeree! Maar helaas, eenmaal ter plaatse hoorden we direct dat de vogel alleen overvliegend was gezien en al een tijd spoorloos was. Niettemin besloten we de telescopen op te stellen en af te wachten.
Er was niet veel te beleven bij het Watergat en na enige tijd naderde er een fikse bui. Omdat het toch al over twaalven was, besloten we eerst maar een restaurantje op te zoeken om te gaan lunchen.

Na de lunch reden we terug naar de Watergatseweg. Intussen regende het flink, dus parkeerden we de auto in de kant en wachtten af. Toen het uiteindelijk droog werd, stapten we uit en zochten de slikrand af, waar nu wel wat vogels zaten: een aantal Kieviten, vier Watersnippen, een Zwarte Ruiter en zes Bonte Strandlopers, onder meer. Maar geen Steppevorkstaartplevier.
We hielden vol en vermaakten ons met een paar roepende Waterrallen, een groepje Graspiepers en Veldleeuweriken, een Grote Zilverreiger en een Blauwe Reiger die een joekel van een Snoek ving en nog door zijn keel kreeg ook.

Net toen ik de moed zo'n beetje had opgegeven zag ik iets aan komen vliegen, richtte de kijker en... YES! Daar kwam de Steppevorkstaartplevier aangevlogen! De vogel vloog recht op ons af, maakte een rondje boven ons en boven de plas en vloog toen weer ver weg de akkers op, tot hij uit het zicht verdween. Allemachtig, wat een sensatie!
Dat we vogel kort en alleen vliegend zagen, maakte niet uit. Het licht was goed en de Step kwam vlak over ons heen vliegen, zodat we hem prachtig hebben gezien.

Intussen was het zo'n beetje tijd om huiswaarts te gaan, dus met een uiterst voldaan gevoel stapten we in de auto en gingen op weg. Het was een fantastische dag geweest, waarop we veel geduld moesten opbrengen, maar de opbrengst 100% was.

zondag 19 november 2017

19-11-2017: Een stormachtig dagje vogelen.

Gewone Zeehond in het vluchthaventje van Neeltje Jans.
Vandaag stond er een dagje vogelen met Chris op het programma. Er waren diverse kansrijke routes te bedenken, want overal in het land zaten leuke soorten: een ongeringde Kokardezaagbek bij Zwolle, een Woestijntapuit bij Schiphol, Pallas' Boszanger in Meijendel, Witwangstern in de haven van Stellendam, Kleine Alk en Parelduiker in de vluchthaven van Neeltje Jans. Onze keus viel op de laatste drie soorten plus de Koereigers van Strijen. Ik hoopte vandaag de 250 jaarsoorten vol te maken, waarvoor ik er nog drie nodig had. Dat leek een makkie.
Om kwart over acht reden we op de Waleweg bij Strijen en vijf minuten later hadden we twee fraaie Koereigers te pakken. Dat was een veelbelovende start! We zochten nog een tijdje naar de Dwergganzen, die ook alweer zijn gearriveerd, maar dat is altijd een bijzonder lastige klus en we vonden ze niet vandaag. Gelukkig stonden ze al op de jaarlijst. Wel zag ik nog twee Goudplevieren, altijd leuk.
Het was op dat moment mooi, zonnig en rustig weertje en niets wees op de harde noordwester en de buien die voor vandaag waren voorspeld.
Grote Mantelmeeuw langs de Brouwersdam.
Dat veranderde toen we bij Stellendam aankwamen om daar de Witwangstern binnen te tikken (dachten/hoopten we). Maar dat viel niet mee. We zochten uitgebreid in de buitenhaven, maar vonden geen spoor van de vogel. Wel een onverwachte verassing: een Ruigpootbuizerd kwam laag over de haven gevlogen, en die was weer een jaarsoort. Geen vuiltje aan de lucht voor de 250, zo leek het, we moesten immers nog naar Neeltje Jans en met die noordwester zat een Drieteenmeeuw bij de Brouwersdam er misschien ook nog wel in.
We zochten en zochten, maar de Witwangstern werkte niet mee. Wel vonden we een Sneeuwgors, altijd een leuke soort.
We besloten in een ruk door te rijden naar Neeltje Jans, daar de benodigde soorten te scoren en dan hadden we de verdere dag vrij om te doen waar we zin in hadden. Maar bij Neeltje aangekomen, kwam de regen met bakken uit de lucht, zodat we eerst een tijd in de auto moesten wachten tot het droger werd. De wind was intussen verder aangetrokken, zodat het niet erg aangenaam kijken meer was, buiten. Samen met nog vier vogelaars zochten we de vluchthaven af, maar vonden Kleine Alk noch Parelduiker. Wel een Dodaarsje en wat Middelste Zaagbekken en een Gewone Zeehond hield ons nauwlettend in de gaten.
Ekster waait uit  langs de Brouwersdam.
Enigszins teleurgesteld dropen we na een tijd zoeken af en gingen naar de Brouwersdam. Daar was een waar meeuwenspektakel aan de gang. Honderden meeuwen hingen langs de dam en vonden blijkbaar voedsel dat door de wind naar de kant werd gedreven. We bekeken ze allemaal, maar een Drieteenmeeuw zat er niet bij. Wel een groep Eiders, vier Drieteenstrandlopers, veel Steenlopers en Scholeksters en vier of vijf te verre Alk/Zeekoeten.
Ik legde me er maar bij neer dat de 250 jaarsoorten er vandaag nog niet gingen komen, en toch tevreden vanwege het mooie en sfeervolle meeuwengebeuren reden we naar Kerkwerve, waar een Rosse - en een Grauwe Franjepoot toevalligerwijs hetzelfde plasje hebben uitgekozen om in rond te dobberen. De Rosse zou nog een nieuwe soort voor Chris zijn, dus de vreugde was groot toen beide franjepootsoorten gewoon aanwezig bleken op de plas.
Twee Kleine Zilverreigers bij Kerkwerve.
De beestjes lieten zich prima bekijken terwijl ze enthousiast rondtolden tussen de meeuwen en de Tureluurs. Leuk! Er viel ook nog te genieten van twee fraaie Kleine Zilverreigers en een late Lepelaar en een schattig jong katje hield ons een tijdje mauwend en kopjes gevend gezelschap.
Ons laatste wapenfeit was het scoren van de eenzame Witbuikrotgans, die een paar kilometer verderop zat. We waren net op tijd, want we hadden hem nog maar nauwelijks gevonden toen de vogel samen met Bergeenden opvloog om even verderop weer te landen en te verdwijnen achter de begroeiing.
En zo was het weer een heerlijk vogeldagje geworden, daar waren we het over eens.

dinsdag 7 november 2017

07-11-2017: Baardmannetjes!

Baardman.
Er zitten al een paar weken Baardmannetjes in de uiterwaarden bij Everdingen, en aangezien dat nog een jaarsoort voor me was en ik deze soort nog nooit had kunnen fotograferen, trok ik er vandaag een paar uurtjes voor uit. Het was mooi zonnig, windstil weer en onderweg had ik al drie Ooievaars, een Matkop en een overvliegende Grote Gele Kwikstaart.
De Baardmannetjes vinden was niet moeilijk. Toen ik het gebied in liep, hoorde ik er vrijwel meteen een roepen, en even later had ik een mooi mannetje in de kijker. Maar ik wilde meer, want ik wilde ze graag op de gevoelige plaat zetten. Dat kostte wat meer tijd, maar van de stuk of tien Baardmannetjes kreeg ik uiteindelijk een Baardman en een Baardvrouw op de foto. En het was langdurig genieten van de fraaie vogeltjes!
Baardvrouw.
Nadat ik de gewenste foto's had gemaakt, liep ik nog een stukje door het gebied en kwam leuke dingen tegen, zoals een paar overvliegende Watersnippen, idem Waterpieper, een man Roodborsttapuit, een zingende Cetti's Zanger, een late Lepelaar, een vroeg Nonnetje, een overvliegende Havik en een langs suizende IJsvogel.
Een Kuifeend en een Winterkoning wilden nog leuk op de foto.
Winterkoning.
Op de terugweg had ik bij het plasje met de palen langs de snelweg - bij De Waai - nog een adulte Geelpootmeeuw als toetje. Ik heb weleens mindere dagen gehad.
Adulte Geelpootmeeuw.
Kuifeend.

maandag 16 oktober 2017

13 t/m 16-10-2017: Dutch Birding najaarsweekend 2017

De ster van het weekend: de Hop!
13-10-2017
Ik moest vanmorgen vroeg uit de veren, om 05:00 uur om precies te zijn, maar het was voor een goede zaak, want het Dutch Birding najaarsweekend op Texel zou vandaag beginnen en daar moesten Koert, René en ik traditiegetrouw bij zijn. Om negen uur troffen we elkaar op het station van Den Helder en een halfuurtje later stonden we op de veerboot, uiteraard op het achterdek, om te zien of er nog leuke soorten achter de boot aan kwamen vliegen. Het bleef echter bij de gewone meeuwensoorten en een paar Rotganzen.
In Den Helder hadden we al de eerste overtrekkende Grote Gele Kwikstaart, Veldleeuweriken en Vinken.
Het waaide behoorlijk stevig uit het zuidwesten vandaag en qua temperatuur was het ook niet zo aangenaam als ons door de weervoorspellers was beloofd, maar goed, het was tenminste droog.
Eenmaal op Texel besloten we meteen voor een van de potentiële hoofdprijzen te gaan: het groepje Grote Kruisbekken dat al een aantal dagen in de Staatsbossen rondzwierf. We posteerden ons op de uitkijktoren bij de Fonteinsnol, waar je een goed overzicht over de boomkruinen hebt en tamelijk ver kunt kijken. Op een zeker moment zouden die kruisbekken toch zeker langs komen vliegen?
'gewone' Kruisbekken.
Maar dat viel toch niet mee. De Grote Kruisbekken hadden vandaag een andere locatie uitgezocht waar ze zo'n beetje de hele dag rondhingen (bleek achteraf) en wij zagen en hoorden weliswaar eenmaal een groep kruisbekken langsvliegen, maar echt veel chocola was er niet van te maken. Wel vloog er een roepende Barmsijs over, jaarsoort nummer 1, en er vlogen Putters, Sijzen, Graspiepers en we zagen en hoorden allerlei gewone bosvogels.
Rond de middag waren we het zat en gingen lunchen bij De Robbenjager. Daarna besloten we een poging te doen op de Hop die onregelmatig bij camping Sluftervallei werd gezien, maar we waren daar nauwelijks aan het lopen toen er een melding kwam van een tamme Sneeuwgors op het parkeerterrein van paal 28, vlakbij dus. Die was nog een jaarsoort voor ons allemaal, dus: erop af! We kregen geen spijt van deze beslissing, want de Sneeuwgors, een mannetje, liet zich fantastisch zien en van dichtbij fotograferen. Wat een heerlijk beestje!
Het mannetje Sneeuwgors van paaltje 28.
Toen we uitgefotografeerd waren, stortten we ons alsnog op de Hop, maar die wilde vooralsnog niet meewerken. Wel kwam er een mooi vrouwtje Blauwe Kiekendief voorbij vliegen. Onze ronde over de camping bleef verder echter vruchteloos.
Dan maar naar het Renvogelveld, waar de soortenlijst flink werd aangevuld met water- en andere vogels. Een kort bezoek aan het reddingsbotenhuis leverde weinig op, mede vanwege de almaar aanwakkerende wind.
We besloten naar Dijkmanshuizen te gaan, niet alleen omdat daar een Grauwe Franjepoot huisde, maar ook in de hoop daar nog wat steltloper-jaarsoorten aan te treffen. Met name de Watersnip was een gewilde soort voor mijn metgezellen. En die troffen we inderdaad aan, samen met het Grauwe Franjepootje en een Kleine Strandloper.
Nogmaals het mannetje Sneeuwgors.
We deden een poging op een Bladkoning in het Krimbos, maar behalve een paar fraaie Kepen zagen we daar niets bijzonders. Toch begon het ineens weer te lopen. Er werd een Klapekster gemeld bij De Mient, en toen we daarnaar op weg waren kwam de melding van een Roodhalsgans tussen de Brandjes aan de Hoofdweg door. Eerst die maar, dus. Gelukkig was de Roodhals snel opgespoord en die was voor René en Koert een jaarsoort en voor mij een nieuwe Texelsoort.
Maar we moesten door, want het begon al donkerder te worden en toen we bij De Mient aankwamen schemerde het al flink. De verwachtingen waren niet erg hoog meer gespannen, want die Klapekster zou ongetwijfeld zijn slaapstokje al hebben opgezocht. Het was meer een kwestie van de dood of de gladiolen geworden, omdat we toch al op weg waren. Maar zie: het werden de gladiolen, want de Klapekster trok zich niets aan van de invallende duisternis en vloog om even voor zeven uur nog vrolijk heen en weer en poseerde voor ons in een kaal boompje. Het was een buitengewoon sfeervolle afsluiter van deze eerste dag!

14-10-2017
Grote Kruisbek!
We begonnen de dag op de plek waar de Grote Kruisbekken gisteren af en aan waren gezien: bij De Tureluur. Bij aankomst kwamen er direct twee kruisbekken aangevlogen die landden in een boomtop: twee 'gewone' Kruisbekken, voor mijn metgezellen nog een jaarsoort. Een groep van minstens 40 Sijzen kwam de hele tijd langs gevlogen en landde regelmatig in de bomen voor ons. Er vlogen wat Kepen over en hé: er riep een Bladkoning! Leuk, maar het gluiperdje liet zich helaas maar zeer kort en niet erg goed zien.
Na drie kwartier wachten was het dan zover: daar kwamen de Grote Kruisbekken (minimaal acht stuks) aangevlogen om te landen in de bomen vlakbij ons! We konden langere tijd van ze genieten en omdat er ook een paar 'gewone' Kruisbekken in het groepje zaten, konden we aardig vergelijken. Zo, die zaten rotsvast in de pocket en we slaakten een zucht van verlichting, want voor hetzelfde geld loop je het hele weekend achter zo'n soort aan.
Maar nu konden we rustig gaan uithijgen aan zee, aan de Westerslag. Daar was het ook weer erg leuk. Er vlogen veel Alk/Zeekoeten, en een of twee ervan landden even dichtbij op het water en lieten zien dat ze Zeekoeten waren, een jaarsoort voor ons allemaal.
Zwarte Zee-eenden, Roodkeelduikers, Jan-van-Genten en Drieteenstrandlopers lieten zich zien, allemaal soorten die binnenlandbewoners als ik niet al te vaak te zien krijgen, dus dat was genieten.
De Hop.
Toen we na een tijdje weer naar de bewoonde wereld reden en ik weer bereik had op mijn telefoon, bleek de Hop ter plaatse te zijn gemeld op de camping Sluftervallei. Dus plankgas erop af! Er waren erg veel vogelaars aan het zoeken, en het leek ons dat dat het vinden van zo'n gluiperd als de Hop toch drastisch moest vereenvoudigen. Dat klopte ook, want na een tijdje vruchteloos zoeken zag Koert ineens een staartloze schim over ons heen vliegen en vrijwel tegelijkertijd werd de Hop vlakbij ons gemeld. (Deze Hop heeft op de een of andere wijze zijn staart verloren tijdens zijn verblijf op het eiland - vandaar staartloos). Niet veel later hadden we hem dan in de kijker, eerst een paar keer overvliegend, toen heel even aan de grond. Waarna het beest weer spoorloos verdween zonder ons de zo gewenste foto's te gunnen.
Maar niet getreurd: de Hop zat in de tas en de melding van een Kleine Bonte Specht vlakbij de plek waar wij stonden leverde ons een fraaie Kleine Barmsijs op en Koert en René bovendien een overvliegend Smelleken.
Maar we moesten verderop, want er werd een vrouwtje Casarca gemeld bij de Redoute en die was nog een jaarsoort voor ons allemaal. Hopla, naar de auto, terug naar het zuiden en jawel: daar zat de Casarca in een groepje Nijlganzen.
De Rosse Franjepoot van Ottersaat.
We reden terug naar het noorden via de oostkant van het eiland, en zagen bij Ottersaat een heleboel vogelaars staan. René zag onmiddellijk een franjepootje zwemmen en in eerste instantie gingen we ervan uit dat het de Grauwe Franje van Dijkmanshuizen wel zou zijn. Wel vond ik meteen de bovendelen erg egaal grijs. Maar het alarmbelletje ging pas echt rinkelen toen een kritischer vogelaar dan wij op de app opmerkte dat het een Rosse Franjepoot betrof! En dat klopte natuurlijk. Wat leuk, want ik had deze soort al heel veel jaren niet meer gezien. En hij wilde nog aardig op de foto ook.
Er werd een Wilde Zwaan gemeld vlakbij Dorpszicht en die was voor Koert en René nog een jaarsoort. De vogel zat er, maar er was een jagende Slechtvalk voor nodig om hem de kop uit de veren te doen steken.
Nu werd de Hop gemeld in de tuintjes, ter plekke op het pad, dus moesten we daar als een speer op af. En ja hoor, na een flinke wandeling zagen we de Hop achterin de tuintjes op het pad zitten, maar het beest vloog vrijwel onmiddellijk op toen wij arriveerden en vloog met een boog om ons heen om naar het noorden te verdwijnen.
Gelukkig kwam het toch nog goed, want tijdens de wandeling terug zat -ie ineens vlak voor ons op het pad. En we hadden de zon - die inmiddels tevoorschijn was gekomen - ook nog in de rug. Dat leverde gelukkig een paar leuke plaatjes op, en nu pas konden we helemaal tevreden zijn met onze Hopwaarnemingen.
Ons laatste wapenfeit van deze dag was het scoren van een prachtige Bladkoning bij Dorpszicht, die samen met een Tjiftjaf in een grote takkenbos huisde en daar af en toe even uit kwam, of zijn roep liet horen.

15-10-2017
Geschubde Inktzwammen.
Vandaag kwam dan eindelijk het mooie, zonnige, rustige weer dat ons was beloofd. We begonnen in de tuintjes, in de hoop wat leuke overtrekkende vogels te scoren. De IJsgors bijvoorbeeld, of een Grote Pieper. Maar hoewel er wel wat trek was, hadden we na een  halfuurtje nog weinig succes, en toen er een groepje Strandleeuweriken ter plekke werd gemeld ten noorden van de Sluftervallei, besloten we daar langs het fietspad heen te lopen. Dat bleek nog een forse wandeling te zijn, maar een overvliegende IJsgors hield de moed erin. Toen er echter een Sperwergrasmus werd gemeld langs de Stengweg, wisten we niet hoe snel we terug moesten lopen. Jammer genoeg was de grasmus alweer onvindbaar toen wij aankwamen, en toen er even later een bij de vuurtoren werd gemeld was ook die alweer gevlogen toen wij er aankwamen. Later op de dag gingen we zelfs nog op een derde melding af, maar die bleek een Tuinfluiter te betreffen.
Anyway, er werd een Strandleeuwerik gemeld op een duintop langs het fietspad dat we net hadden afgelopen, en toen we daar arriveerden leek de situatie ook hier tamelijk hopeloos: geen waarnemer en veel duintoppen. Maar zie: na even speuren zag ik hem ineens open en bloot op een zanderig stukje zitten, inderdaad net onder een duintop! Wat heerlijk, want de vogel liet zich heel mooi zien en hij behoedde ons voor een lange voettocht naar dat andere groepje.
De Hop werd weer gemeld in de tuintjes, maar die bleek alweer helemaal achterin te zitten toen wij aankwamen. Vanuit de verte zagen we hem zitten, en al snel weer wegvliegen. Die wandeling bespaarden we ons dus maar.
Rosse Franjepoot.
Intussen werd de spoeling der vogels dun. Het meeste leuke soorten hadden we te pakken en er werd weinig nieuws gemeld. We gingen nog even kijken bij het uitkijkpunt van de Slufter, waar twee Kleine Zilverreigers en wat Pijlstaarten de lijst kwamen opvrolijken.
Daarna besloten we een tijdje rust te nemen op de hotelkamer. Overigens zaten we deze keer in het hotel bij het vliegveldje en niet in ons vertrouwde Molenbos.
Rond halfdrie ging de app weer af voor de Sperwergrasmus die een Tuinfluiter bleek te zijn, en het speet ons niet dat we vanwege de melding van een IJsduiker in zomerkleed bij de IJzeren Kaap de gigantische drukte op de noordpunt achter ons konden laten.
En ja, de IJsduiker zat er en liet zich, weliswaar van een afstandje, heel mooi en langdurig zien! Een heerlijke jaarsoort. Er zwommen ook nog twee Geoorde Futen rond en enkele Eiders vlogen voorbij.
Toen werd er een Zwarte Rotgans gemeld tegenover Dorpszicht en moesten we weer rapido naar het noorden. Ik kon de Zwarte nog scoren in de scoop van een vogelaar die al ter plekke was, maar daarna konden we hem niet meer vinden, en toen er ook nog de melding van een Vaal Stormvogeltje ter plekke overheen kwam op de plek van de IJsduiker ontstond er lichte paniek. Hopla, in de auto maar weer en terug naar de IJzeren Kaap. Daar werd het stormvogeltje nog kort gezien, maar niet door ons. Na een tijd wachten werd hij echter 600 meter verderop langs de dijk gemeld, dus haastten we ons daarheen en daar konden Koert en René het gluiperdje nog binnentikken voordat hij definitief verdween. Helaas zag ik helemaal niets.
Terug naar de rotgans dus, en na een tijdje speuren had ik hem met behulp van René z'n telescoop gevonden en kwam alles toch nog goed.
Tot slot nog even genieten van de Bladkoning van Dorpszicht, een Tjif, veel Goudhaantjes en een groepje Staartmezen en toen was ook dag drie alweer om.

16-10-2017
Nog maar een keer die fijne Sneeuwgors.
De laatste dag van ons verblijf was alweer aangebroken, en het was vandaag prachtig weer: veel zon en weinig wind uit het zuidoosten. Bij gebrek aan meldingen - en omdat we het altijd leuk vinden - begonnen we de dag bij de Westerslag. Nog even lekker over zee kijken. Langs de Bakkenweg liep er ineens een prachtig mannetje Goudfazant langs de weg, een escape natuurlijk, maar wel een schitterende vogel.
Aan zee was er weer genoeg te beleven. Ik telde minstens 200 Alk/Zeekoeten en 100 Zwarte Zee-eenden naar zuid en diverse Roodkeelduikers. Er kwam een fraaie Grote Jager langs gevlogen en een tweede jager was een Kleine of een Middelste, maar daar kwamen we niet echt uit. Er kwam nog een mooie adulte Jan-van-Gent langs, een mannetje Eider vloog naar het noorden en enkele Drieteenstrandlopers waren ter plaatse.
Ten slotte reden we nog naar De Cocksdorp omdat er een Siberische Boompieper zou zijn ingevallen achter de kerk, maar ter plaatse bleek dat onbegonnen werk en zagen we enkel moedeloze vogelaars afdruipen.
Dus werd het de boot, zodat we eens lekker bijtijds thuis zouden zijn. We waren dik tevreden. Het was weer een heerlijk, gezellig, vogelrijk weekend geweest.

zondag 8 oktober 2017

05-10-2017: Nieuwe regiosoort: de Bladkoning.

Vanavond om zes uur ging ik ons hondje uitlaten en toen ik een kwartier later op de Bohemen in Leerdam liep, hoorde ik ineens een bekend vogelgeluid. Ik herkende het onmiddellijk als het roepje van de Bladkoning, een zeldzaam doortrekkertje uit Siberië dat steeds algemener lijkt te worden in onze contreien, maar dat ik nog nooit hier in de regio had gezien of gehoord. De vogel riep zeker tien keer vanuit de bomen vlakbij, was toen even stil en riep nog een keer of vijf. Natuurlijk probeerde ik het geluid op te nemen, maar met een hond die alleen maar verderop wilde en een geluidsrecorder die ineens allerlei vragen begon te stellen, lukte dat helaas niet. Maar toch, de Blako zit weer in de pocket.
Overigens had ik vanochtend (08-10) een roepende Keep over ons dakterras, ook weer een jaarsoort.

zondag 1 oktober 2017

30-09-2017: Op zoek naar zeevogels.

Een tamme Goudplevier zat te rusten tussen de basaltblokken.
Het was alweer maanden geleden dat ik een vogeltochtje had gedaan met Koert en René, en nu de najaarstrek in volle hevigheid is losgebarsten werd dat natuurlijk weer eens de hoogste tijd. Twee weken geleden moesten we ons geplande tripje nog cancellen vanwege ongehoord slecht weer, maar vandaag gingen we ervoor. Er waren wat obstakels: zo was de A4 deels afgesloten, zodat de Maasvlakte of Zeeland niet gingen lukken. In het oosten zaten de leukste soorten (Slangenarend, Ross' Gans, Steppekiekendief), maar daar zou het uitgerekend lang regenen. Bleef over: Noord-Holland, maar daar was toevallig niet veel gemeld. Dus werd het de Zuidpier van IJmuiden, omdat we alle drie nog veel zeevogels moesten hebben voor de jaarlijst.
Jonge Grote Mantelmeeuw. Wat een snavel!
Om kwart over negen waren we ter plekke en om halftien had ik al een op zee drijvende Grote Jager gevonden die zich te goed deed aan het lijk van (waarschijnlijk) een meeuw. De vogel liet zich van grote afstand goed bekijken, en later op de dag zagen we hem vanaf de bocht nog een stuk beter, maar de foto's zijn helaas niets geworden. Dat was jaarsoort nummer 1, en een mooie!
We liepen nu de pier op en zagen op wat rotsjes in zee een aantal aalscholvers zitten en jawel, daar zat een mooie onvolwassen Kuifaalscholver bij! Die moest natuurlijk op de foto, maar de beste platen kwamen op de terugweg pas, toen de vogel bovenop de rotsen was gaan zitten in plaats van ertussen.
We liepen verder en leuke piersoorten als Steenloper, Oeverpieper, Bonte - en Drieteenstrandloper en Zilverplevier lieten zich zien en in het geval van de laatste ook fotograferen.
Kuifaalscholver.
Een stukje verderop vloog een Tapuit tussen de basaltblokken en een tweede Zilverplevier zat tussen de blokken te rusten. Die liet zich van heel dichtbij prachtig fotograferen en ik dacht nog, het lijkt wel een Goudplevier. Maar ja, die verwacht je niet op de pier, dus hielden we het zonder verder nadenken op Zilver. Maar thuis bleek dat er wel degelijk een Goudplevier op de foto stond, een soort die ik nog niet eerder had gefotografeerd!
Intussen was ook de Grote Jager weer in beeld gekomen, maar ondanks de vele foto's die we van hem namen op de flink deinende zee, met lichte regen en nogal donker weer: het werd niks met de platen. Maakt niet uit, we hebben enorm van de vogel genoten.
Onderweg naar de punt vloog er een Grote Stern over, waarvan er later nog een paar op het strand bleken te zitten. En ineens vloog er een tweede jager vlak langs en over ons heen: een Kleine Jager!
Een Kleine Jager vloog over ons heen.
Later, op de punt, kwam mogelijk dezelfde vogel nog een keer heel mooi langs. Dat was jaarsoort nummer twee voor vandaag. Voor mij althans, want Koert en René hadden er intussen al meer te pakken.
Op de punt bleven we een tijdje staan en zagen minstens drie Jan-van-Genten passeren, een verre duiker en een Rotgans. En natuurlijk de eerder genoemde Kleine Jager. Maar na een halfuurtje kwam er niet echt veel meer uit en het was lunchtijd, dus liepen we rustig aan terug. Voor de bocht vloog er ineens een prachtige Roodkeelduiker vlak langs ons heen, jaarsoort nummer drie!
Op het strand zagen we nog twee Rosse Grutto's lopen.
Na de lunch besloten we nog naar het Ridderpark in Katwijk te gaan, omdat daar een Bladkoning was gezien. Dat hadden we beter niet kunnen doen, want het leverde alleen een omslachtige en langdurige reis op en geen Blako. Maar goed, die komt op Texel wel. Het was een heerlijke ochtend op de pier!
Zilverplevier op het strand.

zondag 27 augustus 2017

27-08-2017: Nog een dagje achter de vlinders en libellen aan.

Een gloednieuwe libellensoort voor mij: de Kempense Heidelibel! Helaas was het diertje ietwat gehandicapt.
Vandaag stond er een dagje 'naturen' met Chris en Wiegert op het programma, en aangezien het schitterend weer beloofde te worden, zouden de vlinders en libellen een hoofdrol in het dagprogamma gaan vervullen. Het was dit jaar mijn streven om van beide soortgroepen 40 soorten in Nederland te zien. Dat had ik bijna gehaald, en het was alleen aan mijn blessure te wijten dat ik die veertig soorten al niet lang binnen had. Maar goed, vandaag was er alle kans toe.
Maar we gingen eerst achter een vogel aan: de Ralreiger die al een tijdje bij Eemnes huist. Ik kan er kort over zijn: we vonden hem niet. En toen het halftien was geweest werd het de hoogste tijd om aan ons insectenprogramma te gaan werken.
De Steenrode Heidelibel was enorm talrijk vandaag in De Schammer.
Op dus naar De Schammer bij Leusden, een gebiedje waar ieder jaar enkele Kempense Heidelibellen worden gezien, en dat zou nog een gloednieuwe soort voor me zijn. Afgezien daarvan worden er ook Zwervende - en Bandheidelibellen gezien en Tengere Grasjuffers. Omdat mijn libellenlijst op 39 stond, was er dus dikke kans om de gewenste 40 te halen, zo niet te overschrijden.
Maar het viel nog niet mee. Eindeloos gezoek in de lage begroeiing leverde wel de 'gewone' heidelibellen op, waaronder erg veel Steenrode, maar niet de bijzondere. Tot ik een fluitje hoorde en Chris en Wiegert me van grote afstand wenkten. Chris had een Kempense Heidelibel gevonden! Het diertje was licht gehandicapt, want had een verbogen achterlijf. Maar hij bleef mooi zitten, zodat ik ook ruimschoots van hem kon genieten. Mijn 40e libellensoort voor 2017 was binnen!
Zwervende Heidelibel.
Natuurlijk wilden we ook graag een ongehavend exemplaar vinden, dus we zochten door. Na opnieuw een lange tijd, belde Wiegert dat hij een veelbelovend stukje had gevonden met wat water. Dit bleek uiteindelijk het goede gebied te zijn... Wiegert vond snel een Zwervende Heidelibel, maar intensief zoeken leverde ook hier verder geen bijzonderheden op. Uiteindelijk gaven we het op, want er stond nog meer op het programma.
Na twee mislukte pogingen kwamen we uiteindelijk in het juiste Bandheidelibellengebied bij Stoutenburg terecht, en dat was meteen genieten. Enkele tientallen Bandheidelibellen lieten zich zien en fotograferen. Genieten geblazen!
Bandheidelibel.
Intussen was er al heel wat tijd verstreken en werd het de hoogste tijd voor het Kootwijkerzand. Hier wachtten, als het goed was, de Kleine Heivlinder en de Kommavlinder op ons om mijn 40 soorten vol te maken (want ik had er al 38).
Na een tijdje zwerven over de uitgestrekte zand- en mosvlakten zag ik ineens iets zitten waarvan ik dacht dat het weleens een Kleine Heivlinder kon zijn. En ik had het goed, want toen ik dichterbij kwam vloog het 'dingetje' op en ging achter een tweede Kleine Heivlinder aan! Gelukkig kwam het diertje weer terug op z'n ouwe stek en konden we er gedrieën ruimschoots van genieten. Zo, dat was nummer 39. Nog één te gaan.
De bloedzeldzame Kleine Heivlinder.
Dat moest de Kommavlinder worden, die ik tevoren als vrij makkelijk had ingeschat. Een dure vergissing. Speuren door uitgestrekte heidevelden leverden veel Hooibeestjes, Heivlinders en nog een paar andere soorten op, maar alleen Wiegert had tot tweemaal toe het geluk een Kommavlinder te zien. Beide keren was de vlinder gevlogen toen ik arriveerde. Het was jammer, maar nummer 40 zou er niet uitkomen vandaag. Om half vijf gingen we richting huis. Het was weer een heerlijk dagje in de natuur geweest.
Bloeiende heide op het Kootwijkerzand.

vrijdag 25 augustus 2017

25-08-2017: De najaarstrek is begonnen, maar Gierzwaluwen broeden nog in Leerdam.

Twee Wespendieven vlogen vandaag over ons huis. Bij de 2e had ik gelukkig het fototoestel paraat.
De maand augustus is voor mij grotendeels verloren gegaan. Een combinatie van lichamelijke klachten en prutweer waren funest voor mijn vogel-, vlinder- en libellenactiviteiten. Maar dat is nu achter de rug! Het is al een paar dagen mooi weer, de najaarstrek is alweer begonnen en vanaf ons dakterras speur ik dan naar leuke soorten. Vandaag werd dat beloond met de waarneming van twee naar zuid vliegende Wespendieven, en gelukkig had ik bij nummer twee mijn fototoestel bij de hand. De Wespendief was nog een jaarsoort, en een fraaie!
Er zijn nog een paar nieuwtjes te melden. Sinds enkele dagen hebben we een Cetti's Zanger. Dat wil zeggen: een vogel van die soort zit aan de overkant van de Linge (de Asperense kant) te zingen en laat zich vanaf ons dakterras prima horen.
Nog leuker: een paar Gierzwaluwen zit as we speak nog onder onze dakpannen met jongen! Dat is verdraaid laat voor Gierzwaluwen, waarvan de meeste eind juli al zuidwaarts trekken. Regelmatig komt een van de ouders bij het nest, dat helemaal bovenaan in de nok zit, en dan hoor ik de jongen bedelen. Even later gaat pa of moe dan weer op insectenjacht. Ik ben benieuwd hoe lang ze hier nog blijven!
Verder liet de Steenrode Heidelibel zich weer lekker fotograferen gisteren. Hieronder een van de plaatjes. Wat zijn het toch heerlijke fotomodellen!
Steenrode Heidelibel, frontaaltje.

maandag 31 juli 2017

31-07-2017: Verkenning van de ecologische zone Broekgraaf, Leerdam.

Paardenbijter.
Ik besloot om vandaag eens een nieuw gebiedje te gaan verkennen. Bij de aanleg van de woonwijk Broekgraaf in Leerdam is een ecologische zone aangelegd ter compensatie van het verlies aan natuur. Die zone bestaat uit een serie ondiepe plasjes met weelderige plantengroei eromheen die aansluit op het bosje dat er iets noordelijk van ligt. Het gebiedje dient onder meer om Heikikker, Rugstreeppad en Kleine Modderkruiper een thuis te bieden. Maar ik redeneerde dat zo'n nieuw gebiedje ook wellicht leuke libellensoorten en misschien wel pioniers zoals Zwervende Heidelibel en Tengere Grasjuffer zou aantrekken.
Kleine Vos.
Nou, die vond ik dus niet, maar het is pas eind juli en beide soorten zijn echte augustussoorten, dus ik hou hoop. Wat ik wel aantrof was in ieder geval al niet gek: een ruime selectie van meer algemene vlinder- en libellensoorten, waaronder ook een Argusvlinder, veel Bonte Zandoogjes, alledrie de gewone witjes, Distelvlinder, Kleine Vos en Landkaartje. Qua libellen waren Lantaarntje en Gewone Oeverlibel de algemeenste, maar ook Grote Keizerlibel, Paardenbijter, Watersnuffel, Steenrode Heidelibel, Houtpantserjuffer, Bruine Glazenmaker en Kleine Roodoogjuffer waren van de partij. Het was, kortom, bepaald niet vervelend om er rond te struinen. Iets wat ik de komende tijd vaker ga doen, want wie weet wat er opduikt.
Een nogal flets uitgevallen Steenrode Heidelibel.
Distelvlinder die al een en ander heeft meegemaakt.