zaterdag 24 juni 2017

23-06-2017: Nachtbrakers.

Vanavond een mooie traditie in ere gehouden: een avondje genieten van nachtelijk gedierte op de Leusderheide met Christiaan. Om een uur of negen waren we ter plaatse en na een klein stukje lopen kwamen we aan bij de plek waar we altijd gaan staan wachten. Gelukkig lag die wat in de luwte, want het waaide harder dan ons lief was en we hoopten dat dat geen effect zou hebben op de activiteit van de vogels die we zochten.
Vooralsnog was het rustig. Er zong een verre Boompieper en een paar Roodborsten en Merels deden eveneens hun best, maar verder was er weinig actie. Af en toe ritselde er een muisje tussen het gewas, maar te zien kregen we ze niet.
Pas toen het bijna donker was, om tien voor half elf, hoorden we ineens de Houtsnip een paar keer roepen. Jammer genoeg vloog hij achter ons en de bomen langs en zagen we hem niet. Bovendien bleek dit de enige activiteit van de Houtsnip te zijn vanavond. Waarschijnlijk had hij er door de stevige westenwind niet veel zin in.
Vrijwel tegelijkertijd begon de eerste Nachtzwaluw te zingen. We hoorden er minimaal twee, misschien drie. Een paar keer hoorden we ook de vluchtroep en eenmaal kwam er een Nachtzwaluw prachtig dichtbij langs ons gevlogen, maar daar bleef het bij. Veel vliegactiviteit was er niet vanavond.
Gelukkig had Chris zijn batdetector meegenomen en zodoende waren we in staat om een grotere langs vliegende vleermuis te determineren als Laatvlieger, en een kleine als Gewone Dwergvleermuis.
Om even over elf hielden we het voor gezien. Het was ondanks het wat mindere weer toch weer een fijne avond geweest.

zondag 18 juni 2017

18-06-2017: Een Grijskoppurperkoet in de streek.

Aanvankelijk zat de vogel vrij ver weg en tussen de vegetatie.
Eergisteren werd er op de Vijfheerenlanden-app melding gemaakt van een 'purperkoet' die was gezien bij het kijkscherm aan de Huibert. Verder was er niet veel info: er was niet gezien of de vogel was geringd bijvoorbeeld, en of het misschien een Grijskoppurperkoet was, een soort die met een zekere regelmaat in ons land wordt gezien en veelal als escape wordt beschouwd.
Toch kunnen die rallen lange einden overbruggen, zo bewijzen ook Afrikaanse ralachtigen die af en toe in Europa opduiken, en zo'n waarneming vind ik dan ook altijd spannend. Toen de vogel vandaag weer werd ge-appt door Piet Solleveld, vergezeld van drie foto's, en duidelijk werd dat het inderdaad een Grijskop was, besloot ik te gaan kijken.
Later liet hij zich beter zien.
Ter plekke was alleen Ronald Jansen aanwezig, die me de goede plek aanwees, waar de vogel inderdaad in de kant zat, half verscholen tussen de vegetatie en vrij ver weg. Toch liet hij zich heel aardig zien en Ronald kon met de telescoop vaststellen dat beide poten ongeringd zijn, wat het toch wel een stukje spannender maakt allemaal.
Na een tijdje genieten verdween de vogel in de vegetatie en ik zocht nog wat naar libellen en scoorde zo nog de Kleine Roodoogjuffer voor de jaarlijst.
Kleine Roodoogjuffer.
Terwijl ik zo bezig was, kwam Enno Ebels aangelopen, die ik even vergezelde naar de juiste plek. Dat was een goede zet, want de vogel zat ineens veel dichterbij en liet zich even mooi zien en fotograferen, voordat hij een struik in vloog.
Mooi beessie!
Dat was voor mij het sein om te vertrekken. Ik ga er niet van uit dat de vogel zal worden aanvaard als wild, maar ach wat, het was een schitterend, spannend beest dat me een plezierige middag heeft bezorgd.

woensdag 14 juni 2017

14-06-2017: Een dagje Kampina.

Een van de drie Kleine IJsvogelvlinders van vandaag.
Het duurt wat langer, maar met de trein en de OV-fiets is de Kampina ook heel goed te doen. Dat heb ik vandaag uitgevonden. Om tien voor acht stapte ik in Leerdam in de trein en om negen uur was ik in Boxtel, waar ik een OV-fiets huurde en - na een vrij lange fietstocht omdat ik de juiste route niet goed kon vinden - na een dik halfuur fietsen parkeerde ik mijn fiets op het parkeerterreintje aan de Logtsebaan.
Direct vloog er een Bruin Zandoogje langs me, waarvan ik er vandaag meer dan 100 zag. Het was mijn eerste jaarsoort van de dag.
Een Spotvogel zat luidkeels te zingen en kwam ook nog even in de kijker, en de eerste Weidebeekjuffer diende zich aan. Van deze soort zag ik er zeker een stuk of vijftig vandaag.
Heideblauwtje, erg talrijk vandaag.
 Na wat leuke soorten die ik al op de jaarlijst had staan, waaronder nogal wat Groot Dikkopjes, vond ik mijn eerste Bloedrode Heidelibel van het jaar. Later kwam ik er nog een stuk of vier tegen. Ik speurde alle bloeiende bramen langs de bosrand af op een van mijn doelsoorten, de Kleine IJsvogelvlinder, die nu volop vliegt. De eerste was ook weer razendsnel vertrokken, maar ik zag er drie of vier vandaag en ze lieten zich steeds mooier en langduriger zien. Een heerlijke, fraaie soort altijd! Iets verderop vond ik mijn eerste Heideblauwtje van de dag en van het jaar, en ook daar ritselde het van op de bramen. Ik hoefde er niet eens het veldje voor op waar we ze de afgelopen paar jaar steeds hadden.

Bloedrode Heidelibel, nog niet uitgekleurd.
Intussen riep er in de verte een Raaf, en speurde ik de juffertjes af of er toevallig niet heel misschien een Speertje tussen zat. Maar vandaag vond ik alleen Azuurtjes en Blauwe Breedscheenjuffers, van beide soorten vele tientallen.
Langs de Beerze vond ik nog twee Kleine IJsvogelvlinders, en ook de Metaalglanslibel, een vaste gast hier, werkte prima mee. Ik speurde het beekje af en tussen de vele, vele Weidebeekjes vond ik uiteindelijk een van mijn doelsoorten: een mannetje Bosbeekjuffer!
Mannetje Bosbeekjuffer.
Na een tijdje te hebben genoten van deze altijd leuke soort, speurde ik verder naar een van mijn andere doelsoorten: de Beekrombout. Hiervoor is het al tamelijk laat en ik vond hem vandaag ook niet, helaas. Maar terwijl ik de boel afspeurde, landde er ineens een fraaie Glassnijder pal voor mijn neus, en deze soort had ik nog maar eenmaal in mijn leven voor de lens gehad. Heel fijn dus dat ik er nu een paar mooie plaatjes van kon schieten. Even later meldde zich het eerste Koevinkje van het jaar (voor mij althans), een vroeg exemplaar en daarom des te leuker.
De Glassnijder landde pal voor mijn neus.
Ik liep nog een eindje verder, maar dat leverde weinig op, behalve een roepende Grote Gele Kwikstaart dan. Daarom liep ik terug, speurde nogmaals de omgeving van de Beerze af, maar vond verder niets nieuws. Wel zong er fanatiek een Wielewaal, die ik helaas niet in de kijker kreeg, en er vloog een IJsvogel langs. En terwijl ik naar de Wielewaal luisterde en probeerde die te vinden, scharrelde er ineens een Gewone Bosmuis rond mijn voeten, snuffelde even aan mijn schoen en kuierde het struikgewas weer in. Gelukkig kon ik hem fotograferen, al bleek bij thuiskomst dat er slechts een aardig plaatje bij zat.
Gewone Bosmuis, wat een leuk beestje!
Teruglopend naar mijn fiets stuitte ik nog op twee Reeën, en gelukkig bleek de terugweg naar Boxtel een stuk korter en eenvoudiger dan de heenweg. Het was een lekker dagje geweest.
Groot Dikkopje, een van de vele.
Blauwe Breedscheenjuffers op de versiertoer.

zaterdag 10 juni 2017

10-06-2017: Iepenpages!

Een van de zes Iepenpages van vandaag.
Morgen vier ik mijn veertigjarig vogelaarsjubileum en ik vond dat ik dat maar eens moest vieren met een nieuwe soort voor Nederland. Qua vogels zat er niets in, maar op het vlinderfront heb ik nog wel een paar nieuwen voor ons land te scoren. Zoals de Iepenpage, een zeldzaam beestje dat over het algemeen wordt gevonden op onooglijke plekken, zoals in de stad Heerlen of op een verkeersknooppunt bij Amsterdam, en dan nog vooral in hoge Iepen, waar ze zich bij voorkeur in de toppen ophouden. Toen er de afgelopen dagen dan ook maximaal 11 Iepenpages in Maastricht werden gezien, vaak vergezeld van heel aardige foto's en met de opmerking dat de Iepen ter plaatse niet heel hoog waren, zag ik mijn kans schoon om deze leuke soort eindelijk op een fatsoenlijke manier op mijn NL-lijst te krijgen.
Makkelijk maakten ze het me niet, maar toch.
Om half acht nam ik de trein, om een uur of tien was ik ter plekke. Er waren nog twee andere mensen aan het zoeken en het duurde toch nog een halfuur voordat ik de eerste Iepenpage vond. Het beestje zat er erg fraai voor, maar ik kreeg hem niet op tijd in de zoeker om er een leuke plaat van te schieten. Samen met de andere vlinderaars vond ik uiteindelijk zo'n zes stuks Iepenpage, zonder uitzondering hoog in de - inderdaad niet erg hoge - iepen. Met veel pijn en moeite kreeg ik er toch nog een paar herkenbaar op de foto.
Hoog in de iepen zaten ze.
Na een tijdje besloot ik naar de Hoge Fronten te lopen, in een poging om eindelijk de Muurhagedis eens in te rekenen. Met de hagedis wilde het helaas niet lukken. Het duurde een tijd voordat ik de echt geschikte plek had gevonden en die bleek 'tijdelijk' te zijn afgesloten. Van een afstand kon ik de oude muur wel zien en ik speurde hem met de kijker af, maar vergeefs. Wel vond ik zomaar een Scheefbloemwitje als 'troost'prijs! Hij zat ver weg, maar ik kreeg hem op de foto en de foto loog niet. Het was tevens het enige witje dat ik vandaag zag.
Bewijsplaatje van Scheefbloemwitje, Hoge Fronten, Maastricht.

donderdag 1 juni 2017

01-06-2017: Gevlekte Witsnuitlibel, een nieuwe soort!

De Gevlekte Witsnuitlibel was een gloednieuwe libellensoort voor mij.
Ik besloot vandaag een dagje Amsterdamse Waterleidingduinen te doen met als hoofddoel de Gevlekte Witsnuitlibel, die daar regelmatig wordt gezien bij een paar plasjes en die voor mij nog een gloednieuwe libellensoort zou zijn. Om half zeven de trein gepakt en om half negen liep ik de duinen in bij Panneland. Al snel merkte ik dat er a) bijzonder weinig vlinders vlogen en b) er bijzonder veel Gewone Oeverlibellen aanwezig waren. Van die laatste soort, en van de Viervlek, heb ik er vandaag vele honderden gezien.
Het kostte enige moeite om bij een plasje te geraken waar de laatste tijd de Gevlekte Witsnuiten werden gezien. Later bleek dat ik de moeilijke route had genomen, tussen riet en duindoorns door, terwijl er ook een doodsimpele route is over een breed pad. Enfin, ik vond het plasje uiteindelijk, en het was een klein libellenparadijsje!
Onderweg naar het libellenplasje liet een Boomleeuwerik zich fotograferen.
Massa's Viervlekken bevonden zich op het plasje en overal waar ik liep vlogen Gewone Oeverlibellen omhoog. Om tussen al dat geweld witsnuitjes te vinden, viel nog niet mee. Maar na een stief kwartiertje rustig zitten en kijken vond ik een mannetje Noordse Witsnuitlibel. Erg leuk! Maar nog niet de soort waarvoor ik eigenlijk kwam. Die kwam nog een kwartiertje later in beeld, aan de andere kant van het plasje. Daar had hij een omgebogen blad uitgekozen als uitvalsbasis en hier liet hij zich leuk fotograferen.
De Noordse Witsnuitlibel, ook een leukerd.
Na zo een klein uur te hebben rondgekeken, liep ik terug en vond het gemakkelijke brede pad. Hier vond ik mijn eerste Zuidelijke Keizerlibel van de dag. Mijn eerste, hoor ik u denken. Jawel, want ik zag er minstens vier vandaag. Deze zeldzame soort heeft zich blijkbaar goed gevestigd in de AW duinen en dat is goed nieuws!
Ik liep door naar het Groot Zwarteveld, waar ook nog een paar goed met libellen bezette plasjes lagen en waar tot mijn verrassing een Fluiter druk aan het zingen was in het belendende bos.
Tureluurs werd je van de Viervlekken vandaag.
Ik hoopte op een Boomvalk, maar die kwam er helaas niet uit vandaag. Wel vond ik bij een van de plasjes een kakelverse Bruinrode Heidelibel, een hele vroege! Gelukkig wilde hij ook op de foto. Intussen was het qua vlinders bitter weinig. Een paar Hooibeestjes en een Icarusblauwtje was de score tot dan toe. En nogal wat Sint-Jacobsvlinders, altijd een fraaie verschijning.
Pas op de terugweg vond ik een (1) Kleine Parelmoervlinder, die nog een jaarsoort was. Ook een Kleine Vuurvlinder liet zich nog zien.
Een van de vele Sint-Jacobsvlinders van vandaag.
Natuurlijk was het ook genieten van de vele Nachtegalen, Gekraagde Roodstaarten, Boomleeuweriken, een enkele Braamsluiper en vele andere leuke vogelsoorten. Een jaarsoort op vogelgebied kwam er echter niet uit.
Op de terugweg werd ik nog opgehouden door Zuidelijke Keizerlibel nrs. 2, 3 en 4 (en mogelijk 5, maar die kon ik niet afmaken). Overigens was ook de Grote Keizerlibel talrijk vandaag, evenals de Vroege Glazenmaker, het Lantaarntje en de Azuurwaterjuffer. Tenslotte vond ik nog een Glassnijder, die op de valreep nog een vijfde libellenjaarsoort betekende.
Gewone Oeverlibel.

vrijdag 26 mei 2017

26-05-2017: Een dagje Limburg voor vogels, vlinders en libellen.

Een van de vele hoogtepunten van vandaag: de Veldparelmoervlinder.
Het was vandaag schitterend zomers weer en ik had een afspraak om op pad te gaan met Wiegert, er waren weinig plaatsen te bedenken waar we meer leuke dingen konden zien dan in Limburg, dus: gaan! Om halfzeven vanmorgen vertrokken we en om even over achten arriveerden we op onze eerste bestemming: Munstergeleen, waar al drie dagen lang een Krekelzanger zat te zingen. We moesten ons een kwartiertje vermaken met enkel een paar Bosrietzangers, maar toen ging de Krekelzanger los en hij liet zich zelfs zien, al was het tussen takjes en bladeren door. Zo, dat was een fijn begin van de dag. Teruglopend naar de auto vonden we ook onze eerste Weidebeekjuffer van het jaar. Leuk!
Boswitje in de Meertensgroeve. We zagen er veel vandaag.
Op naar bestemming nummer twee: de Bemelerberg, dé plek in Nederland voor de zeldzame Veldparelmoervlinder. We klommen eerst vergeefs helemaal naar boven - hoewel, het leverde wel mijn eerste Distelvlinders van het jaar op - maar de Veldparelmoertjes bleken beneden te zitten. Na enig zoeken vonden we de goeie plek en even later ontdekte Wiegert de eerste Veldparelmoer. We zagen er twee, misschien drie vandaag. Ook een Groot Dikkopje liet zich zien en die was een jaarsoort.
Uitzicht op Maastricht vanaf de Bemelerberg.
Van de vogels scoorden we in het voorbijgaan de Geelgors, Spotvogel, zingende Veldleeuwerik en een fraaie Groene Specht.
Door naar bestemming nummer drie: de Meertensgroeve bij het plaatsje Vilt. Een klein paradijsje is het, deze groeve, met zijn bloemen, plasjes, libellen en vlinders. En Geelbuikvuurpadden, normaal gesproken, maar die zaten er vandaag niet in. De greppels waarin ik ze enkele jaren geleden had, stonden droog en in de plasjes waren ze ook niet te vinden. Wat zich wel liet zien was een fraai Boswitje, een prachtige Koninginnenpage, talloze Viervlekken, de Grote Keizerlibel, diverse Smaragdlibellen, Azuurwaterjuffers en Watersnuffels. Na een tijdje zoeken naar de padden kregen we door dat die niet gingen lukken vandaag, dus gingen we verder, op naar bestemming nummer vier: het gehucht Mheer, bron van de Scheefbloemwitjespopulatie in Nederland!
Alle witjes in Mheer waren Scheefbloemwitjes. Zo ook dit exemplaar.
Deze nieuwe vlindersoort voor Nederland - pas vorig jaar voor het eerst vastgesteld - was ook de afgelopen tijd alweer gezien, en we wilden hem graag toevoegen aan onze NL vlinderlijst. We parkeerden de auto middenin het dorpje en speurden de tuinen af. Het eerste het beste witje dat we zagen, was een Scheefbloemwitje. Leuk, maar het was een echte zenuwenlijder en hij liet zich niet fotograferen. Dat ging beter met witje nummer twee, een fraai en  overduidelijk vrouwtje Scheefbloemwitje, dat ook nog eens eitjes aan het afzetten was! Zij liet zich met enig geduld wel fotografisch vastleggen, zodat ons bezoek aan Mheer een volledig succes was.
Een van de Plasrombouten die we vandaag zagen op de Sint-Pietersberg.
Hoogste tijd voor de Sint-Pietersberg! Na een halfuurtje rijden arriveerden we bij D'n Observant en gingen aan de slag. Eerst op het veldje beneden, waar vooralsnog alleen bloednerveuze blauwtjes rondfladderden die weigerden te gaan zitten, zodat we niet konden vaststellen of het misschien om Klaverblauwtjes ging. Later lukte dat beter, en toen moesten we constateren dat we alleen Icarusblauwtjes hadden gezien. Leuk waren de vele Vals Witjes die we vandaag tegenkwamen. Ook het Boswitje was weer present en we kwamen diverse Plasrombouten tegen.
Een van de Bruin Dikkopjes die we vandaag tegenkwamen.
Na een tijdje toch succes: twee Bruin Dikkopjes lieten zich zien en uiteindelijk fotograferen. Later kwamen we er nog diverse tegen. Ook liet zich weer een Koninginnenpage zien en Blauwe Breedscheenjuffers waren goed voor de libellenjaarlijst.
Tijd om de Pietersberg op te klimmen naar het weitje waar ik met Cilja ook zo vaak leuke dingen heb gezien. We zochten het veld af en vonden opnieuw Bruin Dikkopjes, Ook weer Plasrombouten en ik zag een fraaie Zuidelijke Oeverlibel die Wiegert miste. De Gewone Oeverlibel was toen al gescoord voor de jaarlijst.
Het Groentje had ik nog nooit eerder gezien op de Sint-Pietersberg.
We liepen naar de grot en bij het plasje aldaar was een stel Platbuiken in de weer en in het water zagen we een mannetje Kleine Watersalamander. Leuk! Maar verder was hier weinig te beleven, zodat we maar terug naar het veld liepen, waar ik een Groentje vond - een soort die ik nog nooit eerder op de Sint-Pietersberg had gezien - en waar Goudvinken riepen en er een mannetje van deze soort kwam overvliegen. Verder weer vele Vals Witjes, en van de nachtvlinders waren ook Klaverspanner en Bruine Daguil algemeen.
Vals Witje, een erg leuke nachtvlinder.
Toen de koek hier op leek en het zeer gewilde Kaasjeskruiddikkopje er maar niet uitkwam, gingen we terug naar beneden om daar het veld nog eens door te spitten. Maar ook daar kwam er niet veel nieuws meer uit. Daarom besloten we rond drie uur huiswaarts te keren. We waren verzadigd van de fraaie soorten. Het was een fantastische dag geweest!

dinsdag 23 mei 2017

23-05-2017: Orpheusspotvogel in de streek: bliksemactie vereist.

Vlak na de middag zag ik de melding van een zingende Orpheusspotvogel bij Beesd op waarneming.nl verschijnen. Die moest natuurlijk even op de jaarlijst! Ik had deze zeldzaamheid al een jaar of vijf niet meer gezien, dus dat werd wel weer eens tijd. De trein genomen, OV-fiets gepakt en even later stond ik met drie andere vogelaars naar de Orpheus te luisteren. De vogel hield zich op in compleet onoverzichtelijk wilgenstruweel en bleef daar laag in, misschien mede omdat het stevig waaide. Maar hij liet zich in ieder geval prima horen. Dan weer vlak langs de rand van het struweel, dan weer wat verder weg. In de kijker kreeg ik hem helaas niet, maar dat mocht de pret niet drukken. Na een dik halfuur werd de vogel stil en ging ik weer op huis aan.

maandag 22 mei 2017

22-05-2017: Roodoogjuffers en glazenmakers

Landkaartje.
Vandaag was het wederom mooi weer en ik ben er daarom nog een paar uurtjes op uit gegaan. Deze maal naar een gebiedje langs de Huibert bij Hei- en Boeicop omdat daar de afgelopen week leuke libellensoorten waren gezien, waaronder de Plasrombout.
Helaas vond ik die vandaag niet, maar het was een mooi gebiedje met veel vlinders, waaronder nogal wat Argusvlinders en Landkaartjes. Van de libellen vond ik de Vroege Glazenmaker en de Grote Roodoogjuffer als jaarsoorten en qua vogels waren de twee zingende Spotvogels die in onderweg tegenkwam de leukste soorten.
Kakelverse Grote Roodoogjuffer.
In ieder geval is het gebiedje het zeker waard om nog eens te bezoeken.

zondag 21 mei 2017

21-05-2017: Vogels, vlinders en libellen in de eigen streek.

Heerlijk, de Bruine Korenbouten vliegen ook alweer.
Het beloofde heerlijk weer te worden vandaag, dus na ons uitgebreide zondagse ontbijt ging ik een paar uurtjes op pad, in de hoop wat jaarsoorten te vinden in de categorieën vogels, vlinders en libellen. Qua vogels was vooral de Bosrietzanger een bijna-zekerheid, want ze zijn weer terug en dan zijn ze hier in de streek talrijk. Ik was dan ook Leerdam nog niet uit of ik had er al een te pakken. Op deze plek zat ook een Spotvogel te zingen.
Ik fietste langs de Meerdijk, waar ik nog een Braamsluiper hoorde, en verder langs de Nieuwe Zuiderlingedijk, waar ik op mijn vaste plekjes een rondje liep.
Landkaartje. Een van de vele vandaag.
Op plek nr. 1 had ik direct al een Argusvlinder te pakken, een fijne jaarsoort. Even verder kwam het eerste Landkaartje in beeld, waarvan ik er vandaag nog een aantal zou vinden. Voor wat betreft de libellen was de Variabele Waterjuffer mijn eerste jaarsoort, gevolgd door het Lantaarntje. Ook zag ik een Smaragdlibel en mijn eerste Grote Keizerlibel van het jaar. Ook diverse Oranjetipjes, Atalanta's en Kleine Vuurvlinders lieten zich zien, naast een aantal nog algemenere soorten.
Kleine Vuurvlinder.
Een hele serie bloeiende plantensoorten waren eveneens welkom op de jaarlijst 2017, en toen ik bijna weer terug bij het begin van het paadje was, vond ik mijn eerste Bruine Korenbout van het jaar. Later zag ik er nog een of twee. Een fijne jaarsoort.
Langs het laatste paadje vond ik, naast o.m. Oranjetipjes en Bruine Korenbouten, twee heel gave soorten. Ten eerste een zingende Wielewaal: nogal een zeldzaamheid hier in de streek. Hopelijk is het een vaste plek waar ik hem ook de komende jaren kan vinden! Ten tweede vond ik drie Platbuiken, een libellensoort die ik vorig jaar heb gemist. Eerst zag ik een mannetje en een ei-afzettend vrouwtje en later nog een 'los' vrouwtje dat zich liet fotograferen.
Vrouwtje Platbuik.
Daarna begon het te betrekken en vond ik het mooi geweest. Twee vogel- en evenzoveel vlinderjaarsoorten en vier libellenjaarsoorten waren mijn deel. Geen slecht uitstapje!

woensdag 17 mei 2017

15 t/m 17-05-2017: Lekker vogelen op de Hoge Veluwe.

Het Groentje, een van onze wenssoorten.
Het was al meer dan een jaar geleden dat Cilja en ik er samen even tussenuit waren geweest, dus toen het weer mooi leek te worden vorige week, boekten we snel Hotel Buitenlust in Hoenderloo voor twee nachten. Dit hotel is fraai gelegen en de ingang van het Nationaal Park is slechts een paar honderd meter verderop.
Maandag de 15e vertrokken we na de spits en waren rond half elf bij de ingang Schaarsbergen. Bij de eerste stop had ik meteen een jaarsoort te pakken: een Grauwe Vliegenvanger zat te zingen (nou ja, zingen kun je die piepjes amper noemen) en liet zich fraai zien. We maakten een korte wandeling waarbij we direct meerdere Bonte Vliegenvangers hoorden zingen, en ook diverse Boompiepers. Een Appelvink riep vanuit een bebladerde boomtop.
Boompieper in de Landschapstuin.
We zagen een klein vlindertje vliegen. Het diertje was erg rusteloos, maar we konden zien dat het een Groentje was, een van onze wenssoorten. Even later, bij Oud Reemst, zagen we er nog twee, en die lieten zich beter zien en zelfs fotograferen. We zagen ook onze eerste Hooibeestjes van het jaar, altijd leuk, en natuurlijk ontbrak de Gewone Heispanner niet.
We reden naar Oud Reemst, waar we behalve de Groentjes een krekel hoorden zingen vanaf het veld. En jawel, deze keer was het eindelijk eens nìet de Bos-, maar de Veldkrekel, een totaal nieuwe soort voor ons. Daar waren we bijzonder blij mee!
We reden verder en stopten af en toe om te luisteren en te kijken. Ter hoogte van het Pampelsche Zand hoorde ik mijn eerste Raaf van het jaar roepen. Deze fijne soort zou nog diverse malen fraai in de kijker komen ook, de komende dagen.
Maanwaterjuffer bij het plasje in de Landschapstuin.
Na een bak koffie in het restaurantje in het Centrum, liepen we de Landschapstuin in. Hier bevindt zich een plasje waar altijd veel libellen en juffers zitten. Ernaartoe lopend kwamen we al Citroenvlinder, Kleine Vuurvlinder en Klein Geaderd Witje tegen, en eenmaal bij het plasje was de eerste juffer die ik fotografeerde een Maanwaterjuffer. Leuk! Er zaten er heel wat vandaag. Ik had nog geen enkele libel dit jaar, dus dat werd even flink scoren. Zo vond ik Watersnuffel, Bruine Winterjuffer, Vuurjuffer, Smaragdlibel en Viervlek. Ze gingen allemaal op de foto bovendien. Intussen vloog er een fraaie Raaf over, evenals twee Kruisbekken, die weer een jaarsoort waren. Voor een roepende Havik gold hetzelfde en een zingende Boompieper liet zich gewillig fotograferen.
Viervlek.
Een paar Boomblauwtjes meldden zich nog voor de vlinder-vakantielijst en toen reden we langzaamaan richting Hoenderloo. We stopten nog even bij De Bunt en vermaakten ons daar met een paar Pimpelmezen die een nest in een holletje hadden en af en aan vlogen met voedsel voor de jongen.
Toen was het tijd om te gaan inchecken en op het heerlijke terras van Hotel Buitenlust een paar koude drankjes tot ons te nemen. Vanaf het terras hoorden we enkele malen een Zwarte Specht roepen en 's avonds, tijdens het eten en daarna op het terras, zagen we de hele tijd een paar Rosse Woelmuizen rondlopen. Ze stalen de show door heel dichtbij ons te komen, door een smalle kier van een schutting te kruipen en zich frequent te laten zien. Ze waren tevens het grootste en enige wild dat we zagen deze dagen.
Mannetje Geelgors.
Op dinsdag de 16e mei liep ik al om halfzes buiten om de bossen rond het hotel te verkennen. Dat viel licht tegen. Een paar Bonte Vliegenvangers, een roepende Appelvink en een idem Goudvink waren de hoogtepunten.
Na het ontbijt vertrokken we weer naar de Hoge Veluwe. We namen de ingang Hoenderloo en bij de eerste stop riepen er in de verte alweer Raven. Het was nu zoeken naar nog resterende jaarsoorten en de eerste vonden we in de omgeving van Fazantentuin: een luid zingende Zwarte Mees. Daarna reden we naar het Otterlosche Zand, een prachtig gebied waar we diverse Geelgorzen vonden (een jaarsoort) en waar een Boomleeuwerik en massa's Veldleeuweriken zongen.
Hebbes! Bruine Winterjuffers in love.
Het was tijd voor een bezoek aan het jachtslot Sint-Hubertus, of om preciezer te zijn: het beeld 'De Raadsman' van Mendes da Costa. Een plek waar wij nogal wat (mooie) herinneringen hebben liggen. We zaten er een tijdje en keken naar een paartje Boomklever, dat een nestje had in een holte van een boom. De oudervogels vlogen af en aan met voer en een paar keer zagen we dat ze de poepjes van de jonge vogels mee naar buiten namen. Op de achtergrond zong constant een Vuurgoudhaan.
We besloten ons bezoek met een kop cappucino bij het koffietentje van het jachtslot en reden maar weer eens naar Oud Reemst, waar we in het verleden wel Edelherten of Moeflons zagen, maar nu helemaal niets. Behalve dan een Kleine Vuurvlinder en Hooibeestjes en massa's zingende Veldleeuweriken.
Vuurjuffer.
Intussen hadden we nabij het jachtslot een poeltje ontdekt dat ons ook erg geschikt leek voor libellen. Dus toen het 's middags echt aangenaam werd qua temperatuur gingen we er weer kijken. Ik kon er een tijdje heerlijk fotograferen en voegde nog de Azuurwaterjuffer aan mijn libellenjaarlijst toe. Het fotograferen van de Smaragdlibel was de grootste uitdaging, want die beesten zitten nooit stil. Maar uiteindelijk kon ik nog een redelijk plaatje maken toen er eentje even stil bleef hangen boven het water.
Er vloog nog een Raaf over, en 's avonds op het terras hoorden we in de verte weer de Zwarte Specht roepen.
Op woensdag de 17e bleef ik lekker uitslapen en vertrokken we 's morgens alweer naar huis. Maar het waren een paar heerlijke en productieve dagen geweest!
Azuurwaterjuffer.
Maanwaterjuffer.
Watersnuffel.
Smaragdlibel.
Libellenplasje nabij Sint-Hubertus.

dinsdag 9 mei 2017

06 t/m 08-05-2017: DB voorjaarsweekend 2017

Nog niet helemaal uitgeslapen Kokmeeuw in de veerhaven van Den Helder.
Dag 1: zaterdag 06-05-2017
Vanmorgen om kwart over vijf moest ik opstaan om met de trein om halftien in Den Helder te kunnen zijn. Compleet achterlijk eigenlijk, dat je tegenwoordig vanuit hier drie uur en vijf minuten onderweg bent, waar dat vóór de laatste wijziging in de dienstregeling van NS nog krap twee-en-een-half uur was. Maar goed, het moest allemaal gebeuren, want de route via Dordrecht was wegens werkzaamheden ook nog eens afgesloten en we moesten naar het Dutch Birding Voorjaarsweekend op Texel. Gelukkig arriveerde ik zonder verdere vertraging in Den Helder. Mijn vrienden Koert en René kwamen een paar minuten na mij aan. Op naar de veerboot die, ook al zo prettig, vijf minuten na aankomst van mijn trein vertrekt, zodat we weer bijna een uur moesten wachten op de boot van halfelf.
Gelukkig waren er een Kokmeeuw die zich mooi liet fotograferen en een Noordse Kauw die dat ook wilde en die bovendien een leuke jaar-ondersoort was.
Noordse Kauw in de veerhaven van Den Helder.
Nadat ik mijn eerste jaarsoort had gescoord in de vorm van een overvliegende Grote Stern, die we later op Texel uiteraard nog uitgebreid konden bewonderen, besloten we voor een broodnodige bak koffie te gaan bij het koffietentje ter plekke.
Om halfelf vertrok dan eindelijk de boot, en in de tijd die ik nodig had om op Texel te komen, had ik dus ook naar Marokko of Turkije kunnen vliegen. Anyway, tijdens de overtocht werden we verrast door meerdere groepjes naar noord trekkende Dwergmeeuwen. Ook diverse Eiders lieten zich zien.
Eenmaal op Texel was de eerste bestemming het NIOZ, waar op het buitenveldje een Zwarte Rotgans zou zitten. Toen wij er arriveerden was er echter geen enkele rotgans van welke soort dan ook te bekennen, dus snel verder, naar de kijkhut bij Dijkmanshuizen, waar een Grauwe Franjepoot was gemeld. Helaas was ook die onvindbaar. Wel zat er een grote groep Kemphanen, waaronder schitterend gekraagde haantjes, en mijn volgende twee jaarsoorten: Temminck's Strandloper en Rosse Grutto.
Kemphanen bij Dijkmanshuizen.
We reden verder langs de oostkant van het eiland, waar iets verderop een grote groep Rotganzen zat, waar ik in no time een fraaie Witbuikrotgans tussenuit viste. Een fijne jaarsoort! Op naar de Muyweg dan, waar een groep van tien Morinelplevieren zou zitten. Altijd een uitdaging, die Morinellen, want hoewel je zou verwachten dat zulke fraai gekleurde vogels nogal opvallen op de kale akkers die ze prefereren, is het tegendeel het geval. Meestal zitten ze ver weg, onder tegenlicht en/of verstopt of gedrukt. Dat laatste was ook ditmaal het geval, maar desondanks vond ik vrij snel de eerste, en telden we er uiteindelijk zeven. Dat vonden we wel genoeg Morinel, dus op naar de bij het Renvogelveld gemelde Draaihals. De situatie daar was echter tamelijk hopeloos: de Draaihals was al een tijd niet meer gezien. Toch was dit uitstapje niet vergeefs, want we konden genieten van schitterende mannetjes Noordse - en Engelse Kwikstaarten, beide jaarsoorten, die over het Renvogelveld trippelden.
Nu was het de hoogste tijd voor een kop koffie en de traditionele lunch bij De Robbenjager. Even uitblazen. Maar niet te lang, want de Beflijsters die in de Tuintjes zouden huizen, waren ons volgende doel.
Mannetje Beflijster in de Tuintjes.
Met behulp van een oudere dame vonden we uiteindelijk twee fraaie Beflijsters (man en vrouw), die zich langdurig door ons lieten bewonderen. Natuurlijk wel van afstand, zoals we dat gewend zijn van die beesten. Intussen kregen we de tip dat bij het tweede complex een paar Paapjes zouden zitten, dus gingen we er op af. Het kostte weinig moeite om ze allebei te vinden. Altijd weer een fijne jaarsoort, het Paapje. Ik hoorde nog een Boompieper roepen, en ook die was nog een jaarsoort voor mij.
Vandaag werd ik gek van het aantal meldingen via de appgroep die speciaal voor dit weekend in het leven was geroepen. Toch steeds maar even kijken natuurlijk en zo kwam er een melding van een Roodstuitzwaluw die aan het einde van de Krimweg naar noord vliegend was gezien. Nu was er sprake van zware zwaluwentrek en aan alle kanten vlogen ons constant vele tientallen zwaluwen (vooral Boertjes) voorbij. Ik stelde voor om op een hoog duin te gaan staan en zodoende te proberen de Roodstuit op te wachten. Zo gezegd zo gedaan en verdraaid: na een minuut of vijf zie ik hem toch ineens aan komen vliegen! Gelukkig konden ook Koert en René hem oppikken en volgde er totale euforie. Wat een heerlijke soort en wat een manier om hem binnen te halen!
Kokmeeuw in de veerhaven van Den Helder.
Er werden twee Steltkluten gemeld, die eerst nogal vliegerig waren, maar uiteindelijk rustig ter plekke bleven op de Westerkolk. Steltkluten zijn altijd leuk en ze waren bovendien nog een jaarsoort voor mijn metgezellen, dus er op af! Het duurde even voordat we de juiste plek hadden gevonden, maar toen waren de beide Steltkluten ook vlot opgesnord. Ook stapte er nog een Bosruiter rond en een prachtige Zwarte Ruiter in zomerkleed.
Op naar ons volgende doel: de Geoorde Fuut van het westelijk Horsmeertje. Intussen zaten we er al aardig doorheen, maar we namen ons voor om tot het gaatje te gaan teneinde zoveel mogelijke leuke - en jaarsoorten binnen te slepen. De Geoorde Fuut dwong ons om helemaal naar de achterkant van het meertje te lopen, maar toen konden we hem, ondanks het feit dat het licht niet optimaal was, heel aardig zien.
Overigens was het het hele weekend overwegend droog, soms zonnig en soms bewolkt en tamelijk koud weer.
Een van de Steltkluten van de Westerkolk.
We keken nog even in de Mokbaai, en omdat intussen de Grauwe Franjepoot weer was gemeld bij Dijkmanshuizen, gingen we daar weer op af. En ja hoor, deze keer zat -ie er. Weliswaar ver weg, maar duidelijk herkenbaar aan zijn nerveus rondtollende gedrag. Het beestje was fraai in zomerkleed.
Zo, dachten we, nu is het wel mooi geweest voor vandaag. Maar dat was het niet, want er werd een Draaihals gemeld uit de Tuintjes. Dus reden we daar maar weer naartoe. Helaas zou de Draaihals de dipsoort van de dag worden, want hoewel we erbij stonden toen hij diep in een struik werd teruggevonden, kregen wij hem niet op tijd in de kijker. Koert en René zagen hem nog wegvliegen, ik zag helemaal niks. Jammer, maar niets aan te doen; ook dat hoort erbij. Gelukkig werd de pijn nog een klein beetje verzacht door een fraai wijfje Blauwe Kiekendief dat laag boven de duinen vloog.

Dag 2: zondag 07-05-2017
Zilvermeeuw, duintjes bij het Renvogelveld.
Om een uur of zes stonden we op vandaag, vast van plan om er weer een lange, productieve dag van te maken. Onze eerste doelsoort was de Zomertortel van het Oude Krimbos. Zoals gewoonlijk hadden we die snel te pakken. Een mannetje zong constant en bovendien liet een paartje tortelduifjes zich deze keer erg fraai zien, terwijl het mannetje met opgezette veren al koerend baltste voor het vrouwtje. Erg leuk! Op de achtergrond, in de verte, hoorden we een Koekoek.
Dan op naar de tuintjes. We hoopten dat de Draaihals was blijven hangen, en gezien het weer (stevige NW wind en zwaar bewolkt), leek die hoop realistisch. Maar ondanks dat we met een paar andere vogelaars goed zochten, kwam hij er niet uit. Wel vonden we weer een Paapje en een mooie Beflijster en zongen onder meer Roodborsttapuit, Grasmus en Braamsluiper.
Fazant op het veld achter de Tuintjes.
Na het ontbijt probeerden we de Fluiter die een stukje zuidelijk van ons hotel Molenbos was gehoord in het Krimbos. Langere tijd luisteren leverde welgeteld één zangstrofe op, maar het was genoeg om de soort op mijn jaarlijst te krijgen.
We reden naar Ottersaat, omdat in die omgeving de kansen op jaarsoorten het hoogst leken. We speurden Ottersaat af op Noordse - en Dwergsterns, maar vonden ze niet. Wel wat Steenlopers in zomerkleed, altijd leuk om te zien. Dan de hut maar weer proberen. Hier was het weer erg leuk vogelen. De Grauwe Franjepoot liet zich opnieuw zien, evenals de vele Kemphanen en enkele Temminck's Strandlopers. Koert ontdekte heel knap een fraaie Noordse Stern, en even later bleken er zelfs twee te zitten. Dat was een mooie opsteker, want die soort blijkt altijd weer lastig te zijn, zelfs op Texel. René vond een Kleine Strandloper, en ook met deze jaarsoort waren we erg blij. Vermeld moet ook worden dat het eiland dit weekend was vergeven van de Regenwulpen, die vrijwel constant te horen en/of te zien waren. Erg leuk!
Visdief bij Ottersaat.
We probeerden Dwergsterns te vinden bij de Volharding, maar dat lukte niet. We liepen een eindje bij Dorpzicht, maar daar bleek het Spotvogelbosje vrijwel compleet gekapt te zijn. We probeerden de gemelde Wielewaal van het Krimbos te vinden, maar hoewel Koert hem zag vliegen, zong de vogel niet eenmaal en bleef hij voor René en mij verborgen. Wel zagen we er een fraai (zwart) mannetje Bonte Vliegenvanger.
Het was intussen alweer lunchtijd en we kregen het gevoel dat de boel dreigde stil te vallen. Er kwamen ook weinig meldingen uit het veld vandaag. We besloten na de lunch om de Dwergstern te gaan zoeken in Utopia. We liepen er helemaal tot aan het einde, maar vonden ze niet. Wel hoorden en zagen we Kleine Karekiet en Bontbekplevier voor de jaarlijsten van mijn metgezellen. Net toen we de moed opgaven, omdat we zowat weer terug bij de ingang waren, kwamen er ineens twee Dwergsterns bijzonder fraai over ons heen gevlogen! Jippie! Die opsteker konden we goed gebruiken op dat moment.
Mannetje Kneu in de Tuintjes.
Met hernieuwde moed stortten we ons op de volgende lastige soort: een Bonte Kraai, die aan de rand van een camping werd gemeld bij de zogenaamde Seetingsnollen. Gelukkig bleek de route eenvoudiger dan hij er aanvankelijk uit zag en hoefden we minder lang te lopen dan ik tevoren dacht. Onderweg liet een Tapuit zich leuk fotograferen en gelukkig zag René de Bonte Kraai na niet al te lange tijd speuren op een heuveltje zitten, waarna de vogel zich een tijdje mooi liet bekijken. Dat gaf de vogelaar weer moed!
Zilvermeeuwen bij de Seetingsnollen.
Hoewel we intussen behoorlijk afgedraaid waren, gingen we door tot het gaatje. De Spotvogel van Dorpzicht was er dan weliswaar niet, maar langs de Burgerdijk bij Waal en Burg zat er wel eentje te zingen. Hoewel het al aan het einde van de middag was en er intussen een onaangename, harde wind stond, zat de vogel nog te zingen. Jammer was wel dat hij behoorlijk ver weg zat en dus niet in de kijker kwam. Maar hij stond weer op de jaarlijst.
Mannetje Bonte Vliegenvanger in het Krimbos.
Nu waren we echt toe aan een uurtje rust, en daarna gingen we vroeger dan normaal eten om in de schemer bij het Grote Vlak te kunnen zijn, waar al een paar nachten lang een Porseleinhoen zat te roepen. Toen we ernaartoe reden begon het te motregenen, en de wind was nog steeds noordelijk en hard, zodat de omstandigheden niet bepaald optimaal waren. Toen we ter plaatse kwamen was het nog rustig, al riepen er vele tientallen, zo niet honderden Rugstreeppadden. Maar na een stief kwartiertje wachten begon het Porseleinhoen dan toch te roepen! De vogel zat tamelijk dichtbij en we konden hem vanuit de auto luid en duidelijk horen. We wilden er nog wel even uit gaan, maar het weer was zo akelig dat we besloten om terug naar het hotel te rijden. De soort zat in de tas, en te zien zouden we hem toch niet krijgen.
Mannetje Tapuit bij de Seetingsnollen.
Dag 3: maandag 08-05-2017
De laatste dag brak alweer aan en dat deed hij - wat een genot! - met de melding dat de Ortolaan, die gisteravond bij Redoute was gevonden, nog aanwezig was. Nog voor het ontbijt reden we daar natuurlijk naar toe. Helaas was de vogel toen wij ter plaatse aankwamen juist in de onoverzichtelijke tuin van een boerderij gevlogen. Dat werd afwachten, hopen en bidden. Het duurde lang, erg lang, maar uiteindelijk zag iemand de vogel komen aanvliegen. Hij ging (te) kort in een boom boven ons zitten, vloog toen door naar de struiken langs de weg en vandaar het hoge gras langs de weg in. De verwachting was dat de Ortolaan nu, zoals hij blijkbaar gewoon was te doen, snel op de weg zou verschijnen, maar dat viel vies tegen.
Ortolaan bij Redoute.
Gelukkig, na ons geduld vreselijk op de proef te hebben gesteld zat de vogel toch ineens op de weg, en toen liet hij zich ook langdurig en bijzonder fraai bekijken. Wat een heerlijke soort!
Later dan gepland gingen we aan het ontbijt, en daarna weer het Krimbos in, waar echter weer geen Wielewaal te horen was. We besloten over zee te gaan kijken bij paal 15, aan de Westerslag. Er stond weer een stevige NW bries, en dat kan altijd iets leuks opleveren. Ditmaal waren dat drie fraaie adulte Jan-van-genten die naar noord vlogen. Ook vlogen er enkele Zwarte Sterns, Eiders en Zwarte Zee-eenden, maar een jaarsoort voor mij zat er niet in. Wel liet zich een Stormmeeuw leuk fotograferen.
Er werd nog weer een Wielewaal gemeld in een bos langs de Westerslag, maar hoewel we een paar verre riedels hoorden die mogelijk van deze soort afkomstig waren, kregen we het geluid niet overtuigend te horen. We besloten nog even de Zwarte Roodstaart van het Horntje te proberen en dan huiswaarts te gaan. De roodstaart lukte ook niet, maar gelukkig konden we direct de boot op en om vier uur was ik, na een lange reis, weer thuis. Het was weer een prachtig (lang) weekend geweest.
Stormmeeuw bij paaltje 15.